24
MARIA LOUISE VAN HESSEN-KASSEL
na de verzending van bovengemeiden brief begaf de prinszich naar den Haag, om de nog altijd hangende geschillenover de nalatenschap van Willem III te vereffenen met denkoning van Pruisen. Deze was opzettelijk daartoe naar deNederlanden gekomen en de Algemeene Staten drongener bij Friso op aan, dat hij uit het leger zoude overkomen,om de zaak tot een einde te helpen brengen. Noode stemdehij er in toe : hij wachtte er weinig heil van. ,,Ik weet nog„niet, of ik naar den Haag zal gaan," schreef hij nog denigden juni - ^maar als ik ga, zal ik mijn best doen u te komen„omhelzen." Het was voor Maria Louise een heerlijk voor-uitzicht, eene ongedachte kans op eene ontmoeting, middenin den oorlogstijd, die haren echtgenoot anders onverbidde-lijk van huis hield; en dat juist nu zij sterker naar hemverlangde dan ooit, onder den indruk van het onverwachteverlies harer moeder en van de aanstaande geboorte vanhaar tweede kind. Om toch niets te verliezen van de kost-bare uren, wilde zij hem tegemoet reizen tot Amsterdam.Maar Friso, in zijne bezorgdheid voor hare gezondheid,ontried het haar. „Ik bid u," schreef hij denp^" Juli 1711, „ik„bid u niet ongeduldig te worden en rustig te Leeuwarden„te blijven tot ik u uit den Haag schrijven zal."
Twee dagen later verliet Friso het leger om naar Hollandte reizen. Op dien tocht geschiedde het, dat de ridderlijkeheld, die zijn leven in zoo menigen bloedigen veldslag on-gehinderd had gewaagd, bij het oversteken van den Moerdijkeenen roemloozen dood vond in de golven. Voor de tweedemaal in niet veel meer dan eene halve eeuw werd een prins