Druckschrift 
1 (1911)
Entstehung
Seite
17
Einzelbild herunterladen
 

EN AMAUA VAN ANHALT. 17

van Nassau-Dietz; en door tactvol optreden wist Amaiia tebereiken, dat Groningen en de Ommelanden, ofschoon vrijin de keuze van hunnen stadhouder, evenals Friesland, denjongen Friso als zoodanig erkenden en haar gedurende diensminderjarigheid het regentschap opdroegen. Bij een en andervond Amaiia krachtigen steun bij den koning-stadhouderWillem III, die haar grooten dank bleef weten, dat zij, doorde goede verstandhouding tusschen hem en haren echtgenootte bevorderen, zoo krachtig had bijgedragen tot de verwezen-lijking zijner grootsche onderneming tegen Frankrijk. Hetviel Amaiia daardoor licht, 's konings belangstelling te win-nen voor haren reeds vroeg van groote geestesgaven blijkgevenden zoon. De kinderlooze man droeg na het overlijdenzijner gemalin, Maria Stuart, al zijne genegenheid over opden jeugdigen, veel belovenden Friso: en dezen bleek hij totzijnen universeelen erfgenaam te hebben benoemd, toen hijin 1702 te Kensington overleed.

Amaiia van Anhalt stond nu weder alleen voor de behar-tiging der belangen van haren pas vijftien-jarigen zoon, wienserfrechten van alle zijden werden bedreigd. Het was alsofde rijke nalatenschap, aan eenen onmondige ten deel gevallenen door eene vrouw opgeeischt in naam van haren minder-jarigen zoon, openlijk aan eene roof bende ten prooi viel.Lodewijk XIV haastte zich het prinsdom Oranje bij zijneStaten in te lijven; van wege de kroon van Groot-Brittanniëwerden de van Willem III afkomstige juweelen opgevraagd;de koning van Pruisen eischte krachtens zijne afstammingvan Louise Henriette van Oranje-Nassau, de oudste dochter

2