EN AMALIA VAN ANHALT.
9
luitenant-stadhouder, werd door diens zucht tot eigenbaatverijdeid: hij begeerde het stadhouderschap voor zich zeiven.Verzwakt door de verdeeldheid en het gebrek aan samen-werking der hoofdpersonen, viel de Oranje-partij uitéén,nadat zij onmachtig gebleken was om te verhinderen, datin de Groote Vergadering der Staten-Generaal werd be-sloten voorloopig geenen stadhouder te benoemen. AlleenGroningen en Drenthe lieten zich door den drang vanHolland niet medesleepen en kozen zich Willem Frederiktot stadhouder. Hij was niet zeer bemind; meer geacht omzijn talenten als regeerder dan om zijn karakter, en werddoor weinigen betreurd, toen hij, in 1664 reeds, tengevolgevan een noodlottig toeval om het leven kwam.
Eenige jaren te voren, in 1659, was aan zijnen zoon,toen twee jaren oud, de erfopvolging in de vaderlijke waardig-heden plechtig verzekerd. Dientengevolge trad zijne weduweAlbertina Agnes thans op als voogdes over den minder-jarigen Hendrik Casimir van Nassau-Dietz en als gouvernantevan Friesland, Groningen en Drenthe. Uitnemend bleek zijberekend voor de taak, die haar werd toevertrouwd. Metvaste hand greep zij de teugels van het bewind, onver-vaard, hoe ook de moeielijkheid om haar gezag te hand-haven toenam, naarmate de anti-stadhouderlijke partij inHolland in aanzien steeg en haar staatkundig inzicht ookin de andere gewesten wilde doen zegevieren. Want deverlatenheid van het Huis van Oranje, zijn verlies vanmacht en glans, de gebondenheid der fiere Amalia vanSolms, wierp ook op het bestuur van Albertina Agnes eene