3
ALBERTINA AGNES VAN ORANJE-NASSAU
zijne heldhaftige broeders dat hebben gedaan. In innigevriendschap aan zijnen ouderen broeder, prins WiHem I,verbonden, had graaf Jan dezen gesteund met zijne sympathie,met zijn fortuin; zijn kasteel te Dillenburg had hij denvoortvluchtigen balling tot eene veilige toevlucht gesteld.Aan de grootë politieke actie door den Zwijger gevoerd,had graaf Jan bovendien een werkzaam aandeel genomendoor zich in 1577 de benoeming tot stadhouder vanGelderland te laten welgevallen. Het was eene loodzwaretaak, die hij zich daarmede op de schouders laadde, want,naar wij aangaande dat tijdstip lezen bij Groen van Prin-sterer in diens
„het is moeilijk zich de wanorde wel voor te stellen, die„tijdens het jaar 1578 in de Nederlanden heerschte. Men„vond er slechts geschillen, afgunst, boosheid, haat. Iedereen„stelde eischen en niemand gehoorzaamde. Het volk kende„geen teugel." Jan van Nassau wist het, eer hij het hemaangeboden ambt aanvaardde; en het was trouwens alge-meen bekend. Een zijner vrienden schreef hem dan ook:„verlaat toch niet uwe vrouw* en uwe kinderen, uw land„en uwe onderzaten om naar eene schaduw te grijpen.„Hoe kan het goed gaan in eene Republiek, waar het volk„regeert.... De Nederlandsche Staten zijn onder elkander„verdeeld; hoe zoudt gij er iets anders dan schade, spot„en hoon kunnen winnen ?" Maar graaf Jan leefde nu een-maal in de overtuiging, dat voor hem in de Nederlandenwas weggelegd eene taak, die niet enkel de plannen zijnsbroeders, maar ook de belangen van het Protestantisme