138
AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.
als het ware de uitdrukking. Beiden Frederik Hendrik enAmaiia van Solms waren prachtiievend, kunstminnend, deaanieggers van schitterende feesten. Het groote vermogen,dat Frederik Hendrik achtereenvolgens van zijne moeder envan zijne beide broeders geërfd had, stelde hem en zijnegemalin in staat tot een optreden, zooals het in deze landennog nooit was aanschouwd, en zooals het nimmer het deelwas geweest van Charlotte van Bourbon of van Louise deColigny, al wist Willem I bij bepaalde gelegenheden, omdiplomatieke redenen, een waarlijk vorstelijk praalvertoonte ontwikkelen. Opnieuw sinds lange jaren, voor het eersteigenlijk sedert den graventijd, zag men te 's Gravenhageweder eenen hofkring, een middelpunt van weelde, vankunstzin, van verfijnde beschaving, een vereenigingspuntvoor al wat er aanzienlijks in de Republiek was of kwam.Duitsche en Fransche edellieden, die in het Staatsche legerden krijgsdienst leerden, (Turenne, de kleinzoon van PrinsWillem, heeft er onder behoord), diplomaten, aanzienlijkendes volks, hooge magistraatspersonen stroomden samen inhet Stadhouderlijk Kwartier, op het Binnenhof, dat her-haaldelijk vergroot en verbouwd moest worden om aan deeischen eener schitterende hofhouding te voldoen.
De hoofsche toon en de zekere mate van tucht, dieAmaiia van Solms reeds dadelijk in hare omgeving wistte handhaven, waren tevens in scherpe tegenstelling metde ruwe losbandigheid, die in Maurits' tijd te 's Gravenhagein de hoogere kringen had geheerscht. Tal van dames vanhooge geboorte en beschaving wist zij om haren persoon