LOUISE DE COLIGNY.
87
zeer ontvankelijk stemde „voor den troost van onzen Vader,„die beloofd heeft ons geene weezen te zullen laten en ons„den Trooster te zullen zenden, die ons met allen troost
„vervullen zal., vertrouwende dat die goede God,
„die ons thans zoo zwaar bezoekt, ons eenmaal eene zekere„vertroosting zal schenken, hoedanige wij niet in volkomen-heid kunnen smaken in deze wereld met al hare ijdel-heden en wisselvalligheden, maar in eene betere eeuw;„en reeds nu zal Hij, die ons kent en weet wat maaksel„wij zijn, ons naar Zijn welbehagen eenige verlichting„geven in onze smart." ')
Sterk in dit vertrouwen, hervatte zij weldra hare zorgenvoor het kind van zeven maanden, dat haar gebleven wasen voor hare stiefdochtertjes. De kinderen uit de vroegerehuwelijken van Willem van Oranje, met Anna van Egmonten met Anna van Saksen, waren thans volwassen en be-hoefden hare zorgen niet; Maria van Nassau betrok nahaars vaders dood haar kasteel te Buren en nam daar harezuster Anna tot zich, terwijl Emilia naar hare Duitscheverwanten wederkeerde. Maar de dochtertjes van Charlottevan Bourbon, die Louise om hunne Fransche afkomstnader nog aan het harte lagen dan de oudere zusters, dit„kleine volkje", zooals zij het in hare brieven liefkoozendnoemt, had hare zorgen wel noodig. De plotselinge doodvan Willem den Zwijger had den toestand der zijnen zeer
') Correspondance de Louise de Coligny, princesse d'Orange,recueilüe par Paul Marchegay N" 4, 22.