CHARLOTTE VAN BOURBON.
47
en geestverwanten en bevrediging harer geesteiijke be-hoeften in prediking en in Avondmaalsviering, zoodat zijde bezwaren van haren toestand in het eerste heeriijkegevoef harer vrijheid voorbij zag en nauwefijks opmerkte.Spoedig genoeg zouden die bezwaren zich echter latengeiden. De keurvorst zelf zond den koning van Frankrijken den hertog van Montpensier bericht van Charlotte'skomst ten zijnent, van zijn voornemen om haar in aiies tewiiie te zijn en haar te behandelen overeenkomstig harenrang. De bitse eisch van onmiddeliijke uitlevering van haarpersoon, die er op volgde, beantwoordde hij met de rustigeverklaring, dat hij haar alleen zoude laten afreizen onderdeugdelijke waarborgen, dat zij noch in hare vrijheid, nochin haar geloof zoude worden gemoeid. Charlotte wist, datzij, even als zoo velen vóór haar, wien de keurvorstzijne vorstelijke bescherming had verleend, vertrouwenkon, dat hij zijn woord gestand zoude doen. Maar altrachtte men het haar door eene gulle gastvrijheid te doenvergeten, de positie, waarin zij zich bevond, achtervolgddoor den schandelijksten laster, steeds bedreigd door eenenvader, die aan het Fransche hof niet afliet te begeeren,dat men hem zijne dochter dood of levend zoude doenteruggeven, en volstrekt verstoken van alle stoffelijk bezit,hoe gering ook, werd allengs moeielijk. De geestelijkezuster had de eischen van het wereldlijke leven niet ge-kend; maar voor de prinses van Bourbon, dochter van eender prinsen van den bloede, wogen die eischen zwaar enhet was geheel tevergeefs natuurlijk, dat vele vrienden den