Bottemanne, om andere niet te noemen, zijn zoo vele voorbeelden van goeden smaaken een gezonde symboliek.
De samenstelling van het werk heeft mij zeer veel moeite gekost; wanneer mende open ruimten ziet, die ik bijna op elken Staat heb moeten laten staan, en mijneverzekering gelooft, dat mijne medewerkers en ik al het mogelijke hebben gedaanom ze aan te vullen, dan zal men dat te beter beseffen.
Ook, wanneer men erop let, dat ik ben afgeweken van een gewoonte, die bij hetsamenstellen van kwartierstaten steeds gevolgd werd ; ik heb namelijk niet alleen hethuwelijk, waaruit de volgende generatie sproot, vermeld, maar ook een eventueeltweede en derde huwelijk, er echter zorg voor dragende, dat duidelijk uitkomt, welkedezer echtvereenigingen het geslacht voortzette.
Ik ben daarbij uitgegaan van de redeneering, dat, waar van de verschillende per-sonen vermeld wordt, dat zij lid waren van dit of dat — vaak onbelangrijk — College,dat zij met deze of gene decoratie of eervolle onderscheiding werden versierd, hetzeker van oneindig grooter belang is, te weten, dat zij meermalen waren gehuwd.
ln elk geval komt het mij voor, dat door deze wijze van bewerken de staten innauwkeurigheid en belangrijkheid aanmerkelijk hebben gewonnen.
Het blijft ondoenlijk, over zeer vele Katholieke familen volledige opgaven te ver-krijgen, omdat de bronnen ontbreken.
Welke die bronnen zijn ?
In de eerste plaats, en zeker voor de tweede helft der zeventiende, de geheeleachttiende, en de allereerste jaren der negentiende eeuw : de kerkelijke registers, datzijn de doop-, trouw- en doodboeken, door de parochie-geestelijkheid bijgehouden.
Doopboeken nu, vindt men tamelijk algemeen, doodboeken op zeer weinig plaatsen;hier en daar vindt men Iijsten van personen, die de laatste H.H. Sacramenten of ten-minste het H. Oliesel ontvingen, maar lang niet ieder, die de laatste Teerspijze ontvangt,sterft kort nadien ......
Gelukkig heeft men voor het ontbreken der kerkelijke trouwboeken in zeer velegemeenten een kostbare compensatie in de afkondigings- of trouwboeken der plaatselijkeregeering, voor welke de Katholieken moesten trouwen, tenzij zij er de voorkeur aangaven het voor een predikant te doen, onverschillig van welke kerk: de huwelijken vanzeer vele Katholieken vindt men dientengevolge in de trouwboeken der Protestantschekerk, die van een groot getal der meer aanzienlijken in die van de kerken derWaalsche gemeenten.
Die inschrijvingen hebben zeer veel voor boven die der pastoors, welke zieh door
een laconische kortheid kenmerken en gewoonlijk niets bevatten, dan de namen derbeide echtelieden en die der getuigen : meestal de koster en de pastoorsmeid; deinschrijvingen in de scabinale- en predikants-registers geven tenminste de afkomst,deelen mede, van wie de contracteerende partijen weduwe of weduwnaar zijn, gevenvaak het beroep en den leeftijd aan, soms zelfs de namen der ouders, kortom, zenaderen meer tot de uitmuntende opgaven van onzen, haast onvergelijkelijken, Burger-lijken Stand, dien wij nooit genoeg kunnen waardeeren.
Om eer te geven, wien eer toekomt, moet ik vermelden, dat in latere tijden, ten-minste in het laatste vierde deel der achttiende eeuw, verschillende pastoors meeruitvoerig werden en meer nauwkeurig; ook in hunne doopacten.
Zeer vaak moet men echter, bij het samenstellen van geslachtslijsten en kwartier-staten, op het blinde geluk rekenen, hetwelk ons bij toeval doet ontdekken, dat dezeof gene, die hier trouwde en een talrijk nageslacht verwekte, däär was geboren.
Met de militaire familien — en hoevelen waren er die niet onder de Katholieken, toende loopbaan der wapenen een der weinige was, die men voor he"n niet had gesloten, entoen niet ieder edelman geld genoeg had om op zijn goederen te leven, en lust om hetzwaard te verwisselen voor de ellemaat, of de schaal der Justitie voor de balans vanden kruidenier — met de militaire familien is het nog moeilijker ; zij wisselden aan-houdend van garnizoen, niet alleen binnen onze landpalen, maar ook daarbuiten, b. v.in de barrifere-steden. Daarbij komt dat sommige regimenten hunne eigene aalmoezeniershadden, die met den troep van garnizoen tot garnizoen trokken en hunne eigene doop-en trouwboeken hielden, waarin soms ook overlijdens zijn aangeteekend.
Waar zijn die boekjes gebleven ?
Eenige — van de Waalsche dragonders en de Waalsche grenadiers — vindt menten raadhuize te Breda, maar er moeten er meer geweest zijn.
Evenals deze regimentsboekjes moeten er aanteekeningen gehouden zijn door devele priesters, die in den vervolgingsgezinden tijd van de Republiek der VereenigdeNederlanden, van parochie tot parochie trokken, of van uit de eene plaats een omtrekvan uren ver bedienden.
Waar ze ontbreken, is het natuurlijk moeilijk de filiatie der familien met dag endatum vast te stellen ; men is daar aangewezen op andere bronnen : op testamenten,op boedelscheidingen, op overdrachten, die wel de familieverhouding aangeven, dochgeen datums bevatten van geboorte, zelden van huwelijk, en een enkele maal slechtsvan overlijden.
Die bronnen vindt men in de protocollen der plaatselijke schepenbanken, welkeeen uitstekende bewaarplaats en een deskundige verzorging hebben gevonden in dedepöts onzer rijksarchieven ; vindt men in de notarieele protocollen, welke — jammer