124
zegt hij , Jat Petrus en Paulus , nadat zij , te J?owegezeteld waren , de gewoonte hadden , Tan zich Tan daarin TersctuUende gewesten te hegeTcn , en dat zij om Aomeniet Tan een' Bisschop ontbloot te laten , in hunne plaatseen plaatsvervangend Bisschop aanstclden. En dit moetvoorzeker in het bijzonder Tan Petrus gezegd worden,die zoo lang Toor P aul us , naar het gezag der oudheid ,aldaar zijnen zetel had.
Eene oude oTerleTering, welke Appolonius en Cle-mcns Alexandrinus, scltrijvers yan de tweede eeuwmededeelen , heeft bij sommigen ccnigcn twijfel doen ont-staan , omtrent liet aangegeven tijdstip der stichting yanden Antiocheenschen zetel , namelijk het 37e j. n. Chr.n Appolottius , zoo schrijft A??(se57MS AT. A'. 7A. Y. c.18. ycrhaalt, als yolgcns eene oude overlevering , dat doHeer zijnen Apostelen geboden had , yan niet binnen detwaalf jaren yanyer?'.:u7e?ute scheiden." Ook Clemcnsyan ^/7ejra7((7r('émaakt hiervan gewag in zijn werk: <SY/*o-Yï. jo. 62G. c(7. M Ittdien derhalye ie-
mand uit AsraêZ door boctyaardigheid gedreven, door mij-nen naam in God wil gelooven , zullen hem de zondenvergeven worden : en als twaalf jaren ycrloopcn zijn, gaatdan de wereld in , opdat niemand zegge: wij hebben nietgehoord." Yan daar , dat ook Lucas , in de AHzK(7. ver-haalt, dat allen, na Stephanus Stecniging, 5eAaJve (7e.dfpos?e7e7:, van </er?(3a7e?M zijn yerspreid. Het is derhal-ve , — zoo redeneert men , — onwaarschijnlijk, dat Pe-trus , voor die twaalf jaren, te -^Th^'oc/iié' zijnen zetel ves-tigde. Edoch deze overlevering moge betrekking hebbon op dogcheele vaneenscheiding der Apostelen; op het verlatendier stad , als verccnigingsplaats , als het middenpunt; zijkart niet worden toegepast op den cencn of anderen togt in