83
ontleend hebben, die ons thans ontoegankelijk zijn.Hoevele hiervan voert EusEBius in zijne kerkelijke ge-schiedenis niet aan? Maar ook TERTUELIANCS, spreektreeds over de wijze van sterven van den H PETRUSaan het kruis. En hoe zonderlinger de wijze van tekruizigen was, hoe beter bleef dezelve in het ge-heugen der geloovigen en in de overlevering.
Zelfs van ZTez'&mscAg iScArf/ws kon de vervol-gingswoede van NERO tegen de hoofden der refxg'zecrzyïAsrois niet onopgemerkt blijven. Met devolste stoutheid wijst derhalve TERTUUIANUS in zijnfezweerscAuz/if de heidenen op hunne geschiedboe-ken, waarin zij vinden zouden, hoe NERO met hetKeizerlijke zwaard tegen de Christenen gewoed heeft (1).Ook EusEBius beroept zich in zijne Kerkelijke gcschie-nis op de Heidensche geschiedboeken, waarin de gru-welijke ondernemingen van NERO omstandiglijk aange-teekend waren (2).
Deze Christelijke geschiedvorschers maakten alzoogebruik van de beste bronnen voor hunne Kerkelijkegeschiedenis, en zij verdienen in dit opzigt alle ge-loof. EusEBius verhaalt niet alleen in zijne geschie-denis op wat wijze PETRUS gekruist is, maar ook inhet werk Z7e?M0MSib*at/zo , hetwelk hij
tegen de ongeloovigen geschreven heeft. Hier zegthij : »Toen JACOBUS , de broeder des Heeren, wel-
ken de bewoners van ./erzzsafeTM wegens zijne uitste-kende deugden den noemden , door
de Hoogcpriesters en eerste onder het Joodsche volkondervraagd werd , hoe hij over JESUS dacht, en ge-antwoord had, dat JÉsus de zoon Gods was, werd hij
(t) coBMKanZnrtM , z7?t'c
ycA co/^r. 6.
(Z) At'4/-. 777. 77t'y/. ccc^. Ccj!. 3-T.
6^
3* . A Y'.
- ..Y