G3
nc aantekeningen ontvangen heeft, zooals hier hetgeval is, of indien hij zich op zijne eigene ondervindingberoept. Daarom kan men datgene niet zoo 'spoedigals een verwerpen ,- wat
hij van de dochters des Apostels piinippus en van an-dere daadzaken meldt, welke hij beleefd heeft. Laatons aannemen, dat hij omtrent het jaar 120 een manvan zestig jaren Was , zoo kon hij als jongeling deopwekking van eenen doode te .ATieroyo^'s door dedochter van PHiLirrus, beleefd hebben. Want hijzegt geenszins, dat deze opwekking heeft plaats gehad,toen hij reeds Bisschop van 7?7e7V/po//.s was. Overi-gens kan het den heer EELEüfDORF niet onbekend zijn,wat zijn landsman MOtCKEXBCHR betrekkelijk
PAHAS en dcszelfs paradoxe gevoelens in eene bijzon-dere critisch ontwikkeld heeft (1).
Wij zullen nu, alvorens wij de door EHENDORFaangehaalde onjuiste plaats toelichten , datgene aan-voeren , wat EusEBics en liiERONTMus uit de werkenvan TAPIAS aanbalen, waardoor zijne getuigenis kan be-oordeeld worden. EnENDORF heeft er zich wel voorgewacht, dit mede te declcn: »Ik maak geene zwa-righeid", zegt PAPIAS, »om datgene, vratikvoor-maals van de Voorouders geleerd en behoorlijk onthou-den heb , benevens onze verklaringen hier neder teschrijven , en de waarheid derzelve door getuigenis tebekrachtigen. Want ik volgde, zoo als gewoonlijk ge-beurd , dietgene niet die veel praten maar diegenewelke waarheid leerden, niet diegene, welke nieuwe
(1)' -0/.M. 17. ^'i. s. mEXM's, JrsnKUs, Mus ele.
1705 .