36
krachtens hunne persoonlijke hoedanigheden en wijze vanzien , de eerste meer voor de Joden en deze voor deHeidenen bestemd scheen. Want PETRUS geeft zichuitdrukkelijk er voor uit, beroepen te zijn om aande Joden en Heidenen het Evangelie te verkondi-gen , 7T<z??J. Je?' .Jposf. A7', 7. Indien nu dezeovereenkomst zoo streng in acht genomen was, hoekon zich Mee t'e?*sa de II. PAULUS altijd het eerst metde bekeering der Joden bezig houden, wijl hij steedsin de Synagoge voor allen optrad ? -FrcMcJ. Je?* .Jpos?.JYV7, 5; JT^, 41; 17, enz. In
J?o?Me was het Jodendom het middelpunt, hetwelkhet Christendom ingang verleende, terwijl daarenbovende H. PETRUS reeds veel vroeger, volgens de Kerkelijkeoverlevering, te 7?o???e geweest is, dan de tweeApostelen deze verdeeling van hunnen Apostolischcnwerkkring, onder zich bepaalden. VergelijkCo?????2efJ%?- 7. j#?J<^t'a7: 7'A77iM, Hl. 20 (1).
Doch dewijl ELLENDORF deze opwerping ook vanzijnen meester VELEN ontleend heeft, kan hij ook hetregt passende antwoord van den Bisschop JOANNESVAN ROCHESTER hooren. Hij zegt namelijk : dat hierheel natuurlijk uit op te maken is, dat PETRUS naar_/?o?? 2 C moest gaan, alwaar zeer vele Joden waren teneinde deze te winnen, omdat PAPLUs , de Leeraarder Heidenen, volgens de grondstelling van VELEN,zich deze niet mogt aantrekken. Op deze wijze doo-den zich dc partijen met hun eigen zwaard.
Indien ELLENDORF verder met VELEN zegt, dat deJoden , welke PAULUS te 7o??ze tot zich beroepen heeft,
(1) STENGtEm in Je ytUtHger GeecA:'eA?e, M. 433.