33
derhalve aan PETRUS , dien zij dan ook mondclijksvan PAULUS groeten konde. Een bijzondere groetaan PETRUS in den blief zelven, zou derhalve doel-loos geweest zijn. Ook in de andere brieven vandezen Apostel wordt zelden de bestuurder der ge-meente gegroet. — Het is ook wel mogclijk, dat PE-TRUS omtrent den tijd , toen PAULUS aan de Romei-meinen schreef, op reis was, en PAULUS , dit, doorzijne naauwkeurige kennis en verbinding met de Ro-meinen , wist. Men mag dit niet als eene afgepers-tc uitvlugt beschouwen, want wij verlaten onshierin op de getuigenis van eenen ouden GriekschcnSchrijver, waarvan GOTF. VEXDELIN (1) uittrekselenlevert. Volgens hem heeft PETRUS in de jaren 57—.66, de westelijke landen bezocht, kwam naar Croof-, alwaar hij eenigen tijd verbleef en vandaar naar J?o?Me terugkeerde.
Hierdoor verkrijgen wij tevens de verklaringen,waarom PAUEUS in de brieven aan de Ephesers, Co-lossers, Philippiërs, Hebrcërs, aan PHHEMON , diehij na zijne eerste gevangenschap te 7?o?Me, zoo menzegt, geschreven heeft, nooit eenen groet aan PETRUSgedaan heeft, waarop ELLENHORF zóó zeer bouwt, dathij er verscheiden bladzijden mede aanvult. De lof-waardige Eisschop JOANNES VAN ROCHESTER en na hemGRETSER, hebben deze opwerping van VELEN, dienELLENDORF hier weder woord voor woord napraat,afgewezen. Wij zullen ër ons intusschen nog eenigzins
(1) Bij COTELER. Vont. 7. /krfr. yay. 139.— BiANtmm ia
ARASTAS. 7om. ƒƒ. y). 63. He H. ErtmAvins vermeldt evenzeer, dat rï-TMJS dikwijls in de omstreken van , Cayyadocz'é' gereisd en de
gemeenten bezoekt heeft, HAEMS 37. C.AMOCMT. V\l'. G. ymy. 107.
3