to vestigdo, opdat alle ia hein liuiuie vereeni-
giag zonden vinden?" nWie derhalve niet verstrooienuil, die moet met hem vergaderen," voegt er MEnoxi-Nus bi (1).
Deze daadzaken na, gegrond op dusdanige algemecneovertuiging, moeten voor eenen nadenkenden Bi bellezernog al van eenig gewigt zin. De Schriftuurplaatsen, opwelke de Catholiken zich beroepen: mm. XVI. v. 18,Lic. XXII. v. 31—32, JoAiv. XXI. v. 15 , zijn althansvan dien aard, dat elk redelik denkend Protestant zalmoeten toestemmen , dat zj meer natuurlijk ccnigcnvoorrang aan mms toekennen, dan dat men aanneme,dat hi volkomen met de andere Apostelen gelik stond.Immers, in dit laatste geval, ontvangt rETRrs geene be-looning voor zin geloof; de verandering vanzijnennaamblijft zonder beteekenis; de optreding van mnes aan hethoofd der Apostelen, wil hi do oudste niet was, wordt,zoo geene ongerijmdheid, tenminste van zine zijde eeneaanmatiging: — eindelijk, men laat den Verlosser woor-den spreken, zonder eenigen zin en inhoud. En als nneen Protestant met opgenoemde daadzaken bekend, de ge-zochte uitvlugten nalecst, door welke zijne gcloofsgenoo-ten de overtuiging der vier eerste eeuwen , zoowel derOostersche als der Wcstcrschc kerk trachten te ontzenu-wen; als hi inziet, dat zijne uitlegging overstaat, tegenden duidelijken zin der II. Schrift, gelik dezelve ge-durende de viftien eeuwen, voorde Hervorming, algemeenwerd opgelat, dan moet zijne eigenliefde wel verbazendgroot zijn, en het vertrouwen op eigen inzigt, wel totden graad van vermetelheid gestegen zin, indicnlii in zineineening niet begint te wankelen.
(1) J. illERUNHU , cp. Z'I. li.m,