De familie Cnipscheer
of
Knipscheer.
Zetelplaatsen: den Hout bij Oosterhout, Rotterdam, Alk-maar, Parijs enz.
Wapen van sabel met een zilveren, dubbel getinneerde faas.
Helmteeken: opstaande, oude, zilveren schaar.
Helmdek: zilver, sabel.
Het wapen hangt aan enkele perkamenten koopbrievenen overdrachtsacten, d.d. 1697.
In het Westen van Noordbrabant, ten zuiden der nijvereLangstraat, ligt tusschen welig geboomte de stad Oosterhout.Van verre ziet men den fraaien Gotischen toren reeds rijzenboven de roode daken van het stedeke, terwijl terzijde deruïne van het kasteel Strijen(i) herinnert aan den feodalen tijdvan leenheeren en lijfeigenen. Waar een Oosterhout bestaat,moet ook een Hout geweest zijn, dat Westelijk lag.
Volgt men den grooten weg in Westelijke richting langsweilanden en korenvelden heen, dan komt men door 't gehuchtVrachgelen langs den Heiligen Eik aan een wel gebouwd dorpmet kerk, het oude den Hout. Kortbij liggen de gehuchtenter Aeist en het Eind, waar vroeger de sloten het Panhuijs,het huis ter Aalst of Bersselaarsslotje, thans verdwenen, lagen, p)
(,*) Zie KerkeÜjke Geschiedenis J. B. Kritger, blz. 41.Jd. id., b!x. 48.