xxvt
LEVENSBERICHT.
welke echter meest door een lateren bezitter zijn afgeknipt en onder deteekcningcn op het opzetpapier zijn geplakt.
Ter andere plaatse zjjn de dichtwerken van Jan Luyken meer in hetbizonder behandeld, zooals in de verschillende werken over de Neder-iandsche letterkunde van Hofdijk, °') Jonckbloet en anderen, verderdoor C. Busken Huet"") die in eenc paralel tusschen Jacob Cats en JanLuyken aan den laatste verre de voorkeur geeft, dan door Albcrt Steen-bergen, 7°) die den inhoud der verschillende dichtwerken nagaat in ver-band met de afbeeldingen, en laatstelijk door H. Italië '') meer bizondermet het oog op de L/er. Ik behoef daarbij dus niet langer stil
)c staan te meer omdat gelijk reeds is opgemerkt, daaruit geene histo-rische bizonderheden te putten zijn, en vermeld alleen ter wille der vol-ledigheid de titels der werken welke Luyken vervaardigde, behalve nogzijne verschillende bijschriften bij enkele gravures.
Duytse Lier, 1671.
Jezus en de Ziel, 1678,
Vonckcn der Liefde Jesu, 1687.
Goddelyke Liefdevlammen, 1691.
Het menschelyk Bedryf, 1694.
Beschouwing der Wereld, 1708.
Zedelyke en Stichtelyke Gezangen, 1709.
De onwaardige Wereld, 1710.
Het leersaam Huisraad, 1711.
De Bijkorf des Gemoeds, 1711.
Des menschen Begin, Midden en Einde, 1712.
Schriftuurlyke Geschiedenissen, 4o. 1712,waarbij na zijn overlijden nog kwamen:
Geestelijke Brieven, 1714.
Brieven aan syn lieve vrienden, 1741.
Het overvloeyend Herte, 1767.
Deze werken mochten zich voor het meerendeel in groote populariteitverheugen, zooals blijkt uit het groot aantal verschillende drukken vande meesten hunner. Een ander bewijs hoezeer door sommigen die ge-dichten werden op prijs gesteld is een manuscript van 1757 waarin dieallen zijn uitgeschreven en op muziek gebracht ^-) een arbeid van zooda-nigen omvang, dat van Eynden en van der Willigen in hunne levensbeschrij-ving van Bagelaar, het der moeite waard vonden, daarop de aandacht tevestigen.
Geheel in verband met zijne beschouwing over de waarde of lieverde onwaarde van dit aardsclie leven, en over de noodzakelijkheid om
6?) Geschiedenis der Nedert. Letterkunde, pag. 288.
66) Geschiedenis der Nederl. Letterkunde, IV 368.
6") Gids, October 1863.
76) Vaderlandsche Letteroefeningen, Nov. 1875.
7') Oud Hoiiand 1888.
76) Verzameling C. F. v. E.