Druckschrift 
Het geslacht van Waesberghe : eene bijdrage tot de geschiedenis der Boekdrukkunst en Boekhandel in Nederland
Seite
200
Einzelbild herunterladen
 

200

3° Voor de Magistraten etc., werd, op aanschrijving van deEd. Groot Mog. Heeren Staten van Holland en Westvriesland en terOrdonnantie dezer van 29 April, den 6 Mei van het Raadhuis ge-publiceerd , dat alle woensdag avond de klokke seeven uuren / in dekerken binnen dese stad / sal werden gehouden een Extra-ordinaireBeedestond" en dit wegens denonlangs gekoomen vyandlyke invalvan de Trouppes van Zijne Majesteit den Koning van Vrankryk inhet Territoir van den Staat."

Hierop volgde, tot algemeene blijdschap, eene Publicatie van hunEd. Gr. Achtb. in dato 15 Mei 1747, waarhij kennis werdt gegevenaan de goede burgerij, van de tijding, dat Zijn Hoogheid dien morgenter vergadering van haar Ed. Groot Mog'* was geïnstalleerd tot Stad-houder , Admiraal en Oapitein Generaal van Holland en Westvriesland;voorts, dat er dezen avond ten 9 uren publieke vreugdebedrijven enilluminatien binnen deze stad zouden geschieden etc. Eene recom-mandatie , tegens ongeregeldheid en moedwil, opdat alles blijve binnende palen van orde, sloot deze bekendmaking.

Verder werd ter stads drukkerij gedrukt eene Notificatie vanHeeren Burgemeesters en Regeerders dezer stad (volgens Resolutieder Heeren Staten van 5 September laatsleden) , dat ter Thesauriedezer stad een Negotiatie op Recepissen, voor zes maanden, tegensden intrest van 4 ten honderd, in 12 maanden vrij etc. zoude gedaanworden.

Hierna volgt een Model, van de wijze en maniere der bewusteliberale gifte, onder vraagpunten etc. En daarnaast het Formulier-der gewone kwitantien; alles om te voldoen aan het Placcaat vanhaar Ed. Groot Mog'*. gearresteerd den 12 September 1747.

Onze verzamelaar teekent voorts eenige beschuldigingen aan tegensommige toenmaals regerende Heeren, welke men begeerde zooals men sprak dat rnogten worden afgezet. Hij deelt tevens dewijze mede, hoe deze zich, door gedrukte en aangeplakte biljetten,van den hun aangewreven blaam trachtten te zuiveren. Hij geeftaan, hoe deze groote sommen gelds voor diegene beloofden, diezulks konden bewijzen. Voor den Heer M' Theodorus van Teijlin-gen, drukte hij eene Oproeping, waarin die Heer zich, van een hemten laste gelegd onregt, wenschte te zuiveren (1). Deze mededee-lingen eindigt hij met de volgende heusche opwekking:

Door alle welke Eerroovende en onhetamentlyke discoursen, terzeiver tijdt, verscheiden lieden in deze Stadt, en daaronder vele uitverkeerde oogmerken, om, ware het mogelyk, uit eens anders leet,zigzelve te bevoordeelen! zich hebben schuldig gemaakt aanverregaande verkeerdheden en onuitwisbare vlekken van een onop-regt gedrag: niet aanmerkende, wat aan de pligt van een goedburger, en voorts aan het caracter van een Eminent Hooft en HoogerRegeringe moet toegekent en overgelaten worden; behalve het aller-gewigtigste Godsbevel, dat een ieder blyve in zijne beroepinge,

(1) Zie Bijlage 7.1.