34
1821 (1) een dooi' Wolfgang uitgegeven werk: „Pensees sur lareligion," Amst. 1G72 en 1677, bepaaldelijk aan de drukkerij derElseviers toe. In zijne vijfde uitgave (2) laat hij dit pleit onbeslecht.
Even als nu Abraham Wolfgang en anderen onder een bepaaldboekverkoopers-teeken drukten, zoo zijn mij bij de Van Waesberge'smeerdere AMtyMM voorgekomen, welke men alleen bij hen aantreft.
Men zoekt echter te vergeefs naar eene aangifte of beschrijvingdezer drukmerken bij de over dit onderwerp handelende schrijvers.Het veld der „Insignia Bibliopolarum et Typographorum" is, wat denoordelijke Nederlanden aanbelangt, dan ook nog ten volle onbearbeid.
Friedr. Roth-sclioltz althans vermeldt hun Insigne niet.
J. T. Bodel Nyenhuis zocht er te vergeefs naar in den „ Messager„des sciences liistoriques" en in het „Bulletin du Bibliophile Beige."
Of in de verzameling: „Insignia Bibliopolarum et Typographorum„Neerlandicorum," te Haarlem in de stedelijke Bibliotheek voor-handen, en aangekocht in het jaar 1833 uit de nalatenschap vanJac. Koning, lmnne Insignia voorkomen, was mij onbekend. Uitnasporingen echter daar gedaan bleek, dat geene Insignia, noch derVan Waesberge's, noch van de Janssoons, aldaar te vinden zijn.
De Van Waesberge's bonden zich aan geen hepaald Den
geest hunner eeuw in deze zaak volgende , wisselden zij, even alszoo vele andere boekverkoopers en boekdrukkers, herhaaldelijk hunteeken. Wij zien dit mede bij de Plantins, bij de Elseviers, omvan anderen niet te gewagen.
Een bepaald boekverkoopers- of boekdrukkers-teeken , dat voormeerdere geslachten gold, namen zij dus niet aan. De meeste boek-verkoopers en boekdrukkers van dit geslacht hadden een AMtpw voorzich; een enkel maal kwam mij een voorbeeld voor, dat bij hen eendoor vader en zoon beiden gebezigd was.
Als bijzondere eigen aan de Van Waesberge's, kan ik
noemen:
1° Een vignet, voorstellende een Engel —' de Faam — zittendeop eene zodenbank, in de regterhand eene bazuin, in de linkerhandeene ringslang houdende, met het devies: „Literae immortalitatem„pariunt" tot randschrift (3).
Dit Insigne vond ik op werken door hen te Antwerpen en teRotterdam uitgegeven, alsmede op den voor hunne rekening, teDordrecht bij Isatik Jansz. Canin in 1612, gedrukten folio Bijbel.
Eenmaal kwam mij dit merk met een ander randschrift voor:„Nihil opertum est, qvod non revelabitur." Zie Bode, ... doorII. (I. Smoutius. Tot Rotterdam, ByJanvanWaesberglie, 1608. 4°.
Drie verschillende soorten van dit merkteeken vielen mij op. Het
(D Jlrmiet. L c. Tom. IH, c. 20.
(2) Idem. Tom. IV, c. 598.
(5) Deze woorden om een ander figuur, de Fenix uit zijne asch herrijzende, zijndoor Nicolacs van Hervelt, boekverkooper en drukker te Nijmegen, insgelijks gebezigd.Men vindt ze mede au verso van het titelblad van het le Dl. der Bcschr. der stadtDelft, door D. v. Bleyswijek. Dellf, Gedruct by Arnold Bon. 1G67.