2?
van Waesberge met de Elseviers en met Willem en JohannesBlaeuw„ Typographi et Bibliopolm ob prelorum diligentiam et pulcritudinem„ celebres."
Mij trof dikwerf de overeenkomst van sommige drnkwerken derElseviers met die van eenige der Van Waesberghe's; doch aange-teekend vindende (1), dat do Elseviers niet hunne eigene lettersvervaardigden, maar dat zij die uit de beste der door de Sanlecque'svervaardigde letters kozen, kan mén vrijelijk veronderstellen, dat deVan Waesberghe's, als na aan hen verwant, dezelfde bron zullengekend hebben, en behoeft men uit dien hoofde niet aan te nemen,dat zij, die vroeger dan do Elseviers drukten, hunne uit te gevenwerken ter drukkerij van laatstgenoemden zouden besteld hebben.
Ik wil hierdoor niet schijnen te beweren, dat alles, wat door henuitgegeven is, bij hen gedrukt werd: wij zullen meerdere bewijzenvan het tegendeel ontmoeten. Dit zelfde had evenwel niet zelden bijandere uitgevers en drukkers plaats, en ontbreken de voorbeeldenhiervan zelfs niet aan de drukpers der Elseviers en van anderen.
Wij zullen later gelegenheid hebben na te gaan, wat door de VanWaesberghe's uitgegeven, en wat met zekerheid aan hunne drukperskan toegeschreven worden.
Veel werd in de laatste helft der 16° eeuw door Jan van Waes-berghe te Antwerpen in het licht gegeven, dat meerendeels door hemgedrukt was; hieronder zijn eenige belangrijke werken.
Antwerpen kon reeds vroegtijdig zich op den boekhandel en deboekdrukkunst, als eeno industrie met roem in zijne veste beoefend,beroemen. Willcms deelde (2) een berigt wegens de Antwerpscheboekprinters der XV° eeuw mede. Joanncs Olessius' uitgegevenRegister (3) wemelt van Antwerpsche drukken; jammer dat hijdaarin zoo dikwerf de namen van de drukkers voorbijzag.
Groot mag het onderscheid tusschen het toenmalige Antwerpen enRotterdam heeten. Bevat het ter neer gestelde door Emanuël vanWelsenes in zijne „Geamplieerde Opstelling" waarheid, dan zoudeeerst in de tweede helft der zestiende eeuw de eerste boekdrukkerijte Rotterdam door Jan van Waesberghe gebragt zijn. Bij niet één'anderen stads-beschrijver der thans zoo beroemde Maasstad vindenwij eenig gewag gemaakt van de vestiging der boekdrukkunst daarter stede.
Pieter van Waesberge, van wien wij een 11. 8., „Aloudebewaardestukken" betiteld, van A° 1766, bezitten, kon dan ook niet nalatendaarover zijne klagten te uiten, en bovenal zijne bevreemding te ken-nen te geven, dat Jacob Kortebrant, die zich in vele opzigten, doorzijne geschriften en de daarbij gevoegde uitgebreide aanteekeningen (4),
(1) n Annates" intr. p. XXIII.
(2) "Belgisch Museum voor de Nederd. Tael- en Letterkunde," enz., door T. F.Wiliems, te Gent, 1844, 8ste F), h). 17.
(3) "Eicnchus consummatissimus hbrorum ah anno 1300 — 1602 itnpressorum etc."Francof. 1602, 4".
(4) Men vindt die ook onder zijne jaariijksche Wees-verzen.