12
Later volgde hij evenwel weder immer de schrijfwijze, welke hij opvorigen leeftijd bezigde.
Do schrijfwijze „Van Waesberghe" schijnt intusschen do meestoorspronkelijke te zijn.
Het wapen der Van Waesberghe's, zoo als dit door het geslachtte Rotterdam gevoerd wordt, is een zilver veld, heiaden met een'klimmenden gewapenden Leemv van Sabel, het veld bezaaid metzeventien zwarte blokjes, tot cimier de klimmende Leeuw. Deblokjes, zegt een familie-berigt, zouden aan hen tot een eerteekengegeven zijn, ten tijde toen de zeventien provinciën nog vereenigdwaren. Meer wordt niet gemeld. Eene aanteekening vooraan in degenealogie vermeldt, dat „ hun wapen op de wapenkaart van Vlaan-deren —- ten tijde van den AertsHertog Aelbert en Isabella vervaar-digd — te vinden is," en het zal alzoo voorkomen in de wapenkaart„les Etats de Flandres," van 1610, vergezeld van tien blokjes.Een ander oud geslachtwapen bij de Familie M . .. . é berustendeheeft er vijftien.
De klimmende Leeuw van Sabel op het zilveren veld kan hetoudere wapen van het geslacht zijn en stemt met het wapen vanVlaanderen overeen; of nu de leeuw in het wapen der Van Waes-berghe's in eenige betrekking tot den leeuw van Vlaanderen staat,kan ik, bij gebrek aan bescheiden, niet bepalen.
De toevoeging der blokjes kan eerst, indien die betrekking hebbenop de vereenigde Nederlandsche gewesten, dagteekenen uit den tijdvan Keizer Karei V of zijn' zoon, daar onder de hun voorgaanderegeringen de zeventien Nederlandsche Provinciën nog niet vereenigdwaren.
Men vindt het wapen bij Smallegange, in zijn „Nieuwe Cronykvan Zeeland," en wel in de achter dit werk zich bevindende „wa-penen der edele en aensienlyke geslachten in het Souverain Graaf-schap van Zeeland." Het wapen heeft daar achttien blokjes.
De tak van het geslacht in België, provincie Oost-Vlaanderen,voert hetzelfde wapen als dat in de Noord-Nederlanden.
De toevoeging der blokjes, die zoo zeer verschillend aangegevenworden, kan ook geene onderscheiding zijn, gehecht aan het boek-drukkers-bedrijf, uitgeoefend door de leden van dit geslacht, die zichuit de zuidelijke naar de noordelijke Nederlanden verplaatsten, aan-gezien dit bedrijf door niet één der zuidelijke leden dezer familieooit uitgeoefend is.
Men kent de voorregten, in de eerste tijden aan de boekdrnkkerstoegestaan: hoe zij door vorsten met geslachtwapens beschonken enmet het dragen van goud en zilver op de kleederen begunstigd zijngeworden. Jacob Visser, in zpn werk „Uitvinding der Boekdruk-kunst," Amst-, 1767, bl. 21, zegt ons dit, maar hiervan kan bij deVan Waesberghe's de reden niet zijn.
Vallemont in zijne „Historiezaal der geheele Wereld," Amst.1708, 8°, die 't meeste wat tot de wapenkunde in zijn werk betrekkingheeft uit Menestrier's werken ontleende, zegt in het 1° d. bl. 395,dat blokjes teekenen zijn van eenig privilegie van vrijheid van lasten.