XIV
inlichtingen kunnen geven ? — Ook dit niet. De stad heeft niet slechtshare gehouwen, hare havens en vesten voortdurend vernieuwd en uit-gebreid; ook hare oude geslachten zijn uitgestorven, hebben zichverplaatst of zijn in den burgerkring in vergetelheid geraakt, zoodatvan deze slechts een gering overschot is aan te wijzen. De thansbloeijende geslachten zijn óf van elders ingekomen, óf allengs doorhandel groot geworden, en veelal met Fransch, Engelsch en Duitschbloed vermengd. Op waren ouderdom, edele afkomst, en blijvendaanzien tevens kan niet één geslacht roemen; op één dezer drievoorregten — afzonderlijk — slechts een enkel.
Daarom, oudheidszoeker, die met mij de stad doorwandelt, verlaatmet mij haven en kade, wend u af van hetgeen voorbij gegaan is,en sla met mij een oog op iets, dat nog niet voorbij ging, op eenuwe opmerking waard gezin. Treed daartoe met mij wijk 11 en deHouttuin in; slechts weinige schreden van de Hoofdsteeg verwijderd,staan wij ter linkerzijde voor eene eenvoudige doch nette woning:N° 194. Het is die van de firma de Weduwe PiETEE VAN WAEs-BERGE en ZooN. Het bord boven de deur der woning, thans doorPiETER ANTHONiJ VAN WAESBERGE bewoond, geeft u het bedrijf tekennen dat er in uitgeoefend wordt; wij lezen er in groote letteren:STADS DRUKKERIJ. Vinden wij hier ook al geen schitterendaanzien, wij treffen er een' blijvenden welstand aan.
Een ouder mij bekend Rotterdamsch geslacht kan ik u in onzestad niet aanwijzen. Hunne voorvaderen — aldus vermeenen zij —aanschouwden hier aireede den noodlottigen brand, die de stad in1563, 10 Julij, grootendeels verwoestte; — vernamen het gevanke-lijk overvoeren van Lumey naar het Slot Honingen; — overleefdenden Spaanschen moord; — zagen met angst den Hoogen Zeedijkdoorgraven om Leiden te redden, en hoorden uit 's Prinsen hof deblijmare van het behoud der stad.
Mogen nu al mijne geschiedkundige navorschingen de juistheiddezer meeningen betwijfelen, de oudheid en belangrijkheid van hetgeslacht won bij dat onderzoek.
Dit geslacht, dat der VAN WAESBERGnn's, was het, waarop, bijhet bladeren in mijnen kleinen boekenschat, zich mijne aandachtvestigde. Ik zag dien naam op menig boekwerk als Drukker enUitgever vermeld, en toch nergens iets van hun streven en werkenin de geschiedenis van onzen boekhandel en onzer boekdrukkunstaangeteekend. Dit noopte mij tot het opteekenen van bijzonderheden