Schilders en Schilderessen.371ge schryvers verkiezen waardige stof, anderen weerbeuzelingen tot hun voorwerp: zommige versnyden hun pennen om Heldenlof te brommen, enhunne beroemde bedryven voor de vergetenheitop duurzaam perkament te printen: andere in te-gendeel hebben zich afgeslooft op ik weet nietwat, zelf op den lof van den Ezel, en den Uil tebeschryven. Beide bereiken zy hun oogwit, meerof min, na dat zy die stoffe volgens haren aart,en vereisten schryfstyl hebben weten voor te stellen.Het een en ander, zoo wel het Heldhaftige,als het potzige, kan den lezer om de geestige vin-dingen vermaak geven, nochtans verdienen de eerste, naar mate van hun waardiger bespiegelingen,meerder roem.T lust ons Joan Passerats den schryver van hetware lof des Uils, van wegen zyn geschildert Uilt-je te hoore: dat dus in vaarzen gebracht is.Een Uiltje (wie zout zoo verzinnen?)Zat geestig op zyn gat te spinnenAls d'oude Resjes by den haart:K dacht by my zelf ik wou wel een webbenVan dezen draad gesponnen hebben.Zulk was my immers zoo veel waart,Als 't geen van Herkules gesponnen,Of van Sardanapaal, verwonnenDoor lichte vrouwen, was gewrocht.Bekoorlyk Uiltje! geestig, aardig,En by de Athenienzers waardigGeschat, als Heiligdom gekocht,Om hunne Tempelen te sieren,En uit Godsdienstigheit te vieren;'K verwonder my niet dat gy spint;Maar lach steets als ik gae bedenkenAa 2
Dat