Druckschrift 
1 (1718)
Entstehung
Seite
20
Einzelbild herunterladen
 

Schouburgh der20rechten. Gelyk ook de Rotterdammenaren totluister hunner Stad, hem eerst een steenen, nader-hand een metalen beeld hebben opgerecht; daar dePrins der Nederduitsche Dichters, dus van spreekt:Wat wysheit Latium en Grieken hield besloten,Begreep gansch Kristenryk zoo haast ERASMUSkwam.En gaf met zynen naam aan Hollands Rotterdam,Een naam, vermids hy was uit haren ſchoot geſproten.Zy, als de dood het licht voor hem had afgeschoten,Noch 't rottende gebeent', noch ſtuivende aſſche nam:Maar rechtte een steenen * Beeld. De Nyd spoogvuur en vlam,En zocht geweldig hem van't Outer af te slooten.Dan laas! Geleertheits pronk zig keerd aan nyd nochspyt.Geen graf zyn Faam bestulpt. Hy helderd met den tyt.Zyn krans groent onverwelkt, en bloeid in afgunstveylig:Die onlangs was van Steen, nu glinſtert van Metaal.En zoo de Nyd zig steurt aan deze pracht of praal,Zoo giet men licht van Goud den RotterdamschenHEYLIG.In den Jare 1572.Op den voet des beelts heeft men dit van J. Oudaan:Hier rees die groote Zon, en ging in Bazel onder:De Ryksstad eer' en vier' dien Heilig in zyn Graf;Dit tweede leven geeft, die 't eerſte leven gaf;Maar 't licht der talen, 't zout der zeden, t heerlykWonder,Waar met de Liefde, en Vrede, en Godgeleertheitpraalt,Word