Druckschrift 
3 (1906) 1236-1513
Entstehung
Seite
352
Einzelbild herunterladen
 

352 JOHANNA VANDER VELDE — JOOS VIELBEKE

Johanna (Jannen) vander Velde, begijn, wegens haar niet ter kerk gaanvöör den magistraat van Utrecht ter verantwoording versehenen (1427),

in, 74.

Johanna Wissemande, gezeid Printemps Gay, lichte vrouw te Atrecht, alsketterin van de secte der Waldenzen aangehouden (kort na 9 Mei 1460),I, 356; — door de geloofsrechters veroordeeld en bepredikt en door hetwereldlijk gerecht verbrand (7 Juli 1460), I, 368-370, 371-372; — door hetParlement in hare eer hersteld (20 Mei 1491), I, 462-483; II, 392.

Johannes XXH, paus, machtigt de inquisiteurs van Frankrijk de kettersen hervallen Joden in de kerken aan te houden en verzoekt de prelatenhun hierin behulpzaam te zijn (13 Aug. 1316), I, 169; — beveelt den cantorder 0. L. Vrouwenkerk te Dendermonde aan het Begijnhof dier stad degoederen te doen terugkeeren, die er van werden vervreemd (13 Jan. 1317),III, 160-161; — beveelt den cantor der O. L. Vrouwenkerk te Antwerpenaan het Begijnhof van Aalst de goederen te doen terugkeeren, die er vanwerden vervreemd (7 Sept. 1317), III, '161-162; — vaardigt eene bul uit tenvoordecle der rcchtgcloovigc Bcgijncn (13 Aug. 1318), II, 72-74; — beveeltaan de geheele geestelijkheid, de Broeders en Zusters van den derdenregel van den heiligen Franciscus niet te verwarren met de door pausClemens V veroordeelde Begijnen en alle vervolgingen tegen hen te staken(23 Febr. 1319), II, 77-78; — neemt de Begijnen van het hertogdom Brabantonder zijne bescherming (21 Mei 1319), II, 78-79, 396; — gelast de bisschoppenvan Kamerijk en van Doornik met een onderzoek naar de levenswijze ende rechtgeloovigheid van de Begijnen van zijn bisdom, en beveelt hem zete beschermen, indien dat onderzoek haar gunstig is (31 Dec. 1320), I, 170-172, 173; II, 391; III, 3-4, 4-5, 6-7, 162, 163-164; — gelast den bisschop vanAtrecht met een onderzoek ten gunste der rechtgeloovige Begijnen van zijnbisdom (24 Nov. 1321), II, 80-81; III, 7-8; — machtigt opnieuw de inquisi-teurs in het koninkrijk Frankrijk de ketters en de hervallen Joden in dekerken aan te houden (3 Juli 1322), I, 172; — gelast den bisschop van Luikmet een onderzoek ten gunste der rechtgeloovige Begijnen van zijn bisdom(22 Juni 1324), II, 85-86; — vaardigt eene bul uit tegen de ketterscheBeggarden en Begijnen (tusschen 5 Aug. 1327 en 5 Aug. 1328), III, 10-12.

Jonas, ketter van de secte der Catharen, die vroeger door twee aarts-bisschoppen en twee bisschoppen veroordeeld werd en thans den abt vanJette (bij Brüssel) het bezit van zekere goederen betwist, wordt door Nicolaas,bisschop van Kamerijk, als onwaardig van al zijne kerkelijke voorrechtenvervallen verklaard (1152-1157), I, 34-35.

Jonglet (Pierre). Zie Pietbr Jonglet.

Joob Boone, gezeid de Pointere, van Aalst, te Gent wegens godslasteringtot vijftig jaar ballingschap veroordeeld (20 Dec. 1480), II, 272.

Joos Reghelinc, volder, van Aalst, te Gent wegens godslastering tot vijftigjaar ballingschap veroordeeld (20 Dec. 1480), II, 272.

Joos Vielbeke, gezegd Wagheman, te Antwerpen wegens het eten vanvleesch in de vasten tijdelijk gebannen en tot eene bedevaart naar St. Pie-ters te Rome veroordeeld (31 Maart 1515), I, 505-506.