Druckschrift 
3 (1876) 1278 - 1288. Bijvoegels en registers
Einzelbild herunterladen
 

Bij de oude plaatsnamen heb ik naar de tegenwoordige verwezen, voor zooverdezen uit genen niet gemakkelijk af te leiden zijn of in het Register zöo dicht bijeen staan, dat zij ligt in het oog Valien. De ligging der plaatsen heb ik aangewezen.Beide is geschied zoo ver mijne kennis reikte. Van de vroegere vele politieke of admi-nistratieve verdeelingen van het tegenwoordige Gelderland ben ik afgeweken en hebeene natuurlijke aangenomen: Zutfen, tusschen Pruisen, Overijsel, den IJsel endenRijn; de Veluwe, tusschen die rivieren, Utrecht en de Zuiderzee; de Betuwe, tus-schen den Rijn, de Lek , de Waal en Zuid-Holland; Maas en Waal, tusschen dierivieren en Pruissen. De namen van vroegere Geldersche en Zutfensche plaatsen endie, waarin de vorsten eigendoramen hadden of rechten uitoefenden, zijn gespa-cieerd gedrukt.

De aanduiding, waaronder de plaatsen voorkomen, zijn'aangewezen. Die vandomus en bonum heb ik wedergegeven door goed. Om de onzekerheid derbeteekenis vertolkte ik de anderen niet.

Bij de geestelijke stichtingen zijn gevoegd de namen der proosten, dekens, abten,priors, al worden zij slechts bij hunne doopnamen genoemd. Met de plaatselijkeburgerlijke ambtenaren en de plaatselijke geestelijken is dit ook het geval. Verderheb ik niet kunnen gaan in het opnemen van doopnamen alleen. Run getal is zeergroot en de kennis er van komt mij voor van zeer twijfelachtig belang te zijn. Diepersonen zonder geslachtsnaam, welke geacht kunnen worden tot Gelderland inbetrekking te staan, zijn uitgezonderd.

De namen der mancipia, hooringen en tinsplichtigen, die tot in het midden derxu ae eeuw voorkomen, zijn door Prof. Kern behandeld !.

Waar geen twijfel kon bestaan, heb ik de geslachtsnamen opgenomen in huntegenwoordigeu vorm.

De getallen zijn de nommers der oorkonden. Wordt daarin een naam niet ge-vonden, dan zie men in de inhoudsopgave of aanteekening.

Cm te genioet te komen aan eene juiste opmerking van Prof. Waitz, in zijneaankondiging van het eerste gedeelte van mijn werk ~, laat ik hier volgen de n os .van die oorkonden, welke, naar mijn weten, nu voor het eersthet licht zien : 28,136, 168bis, 227, 228, 237, 249, 264, 267, 270, 278, 280, 291, 292, 305, 316,321,323,328, 330, 353, 372, 378, 393, 397, 402, 405, 410, 418, 421, 427, 428, 429, 432, 437,440, 441, 444, 446, 449, 457, 458; 463Ms, 464Ms, 469, 469«=, 474, aanteekening bij475, 476, 478, 479, 481, 482, 488, 489, 501, 503, 508, 509, 511, 515, 516, 519, 520,522, 523, 524, 528, 528«*», 529, 530, 533, 534, 537, 538, 539,,540, 541, 542, 543,551, 552, 553, 555, 556, 557, 558, 559, 560, 561, 568, 569, 569bis, 570, 570'»s, 571,572, 576, 577, 579, 581, 582, 583, 584, 585, 589, 589'»», 590, 591, 592, 593, 594, 598,598Ws, 600,'603, 604, 607, 608'iis, 1 612, 613, 617, 619, 625, 627, 628, 630, 030Ws ,

1 Zie: Tnal- en Letterbode, 3de jaargang, bl. 275.

* Gültiugisclie gelehrte Anzeigen, Stück 47, 20 November 1872, S. 1S-U.