301.
302.
(274)met wat Vertrouwen zal doch voor Gods Oordeel durven verschynen een Protestant, dievan Gods Woord en van zyne gansche Religiegeene andere Zekerheid heeft, als het zeggenvan eenen Predikant?Waarop steunt gy doch, zeide de HeerPredikant Peregrinus eenmaal tot my. Op Godwas myn Antwoord. Van dezen Heer, diena myn Vertrek uit den Haag, overleden is,moet ik zeggen, dat hy zo wel als de HeerGromme zyn Collega, een zeer bescheiden Heergeweest is. Wanneer ik derhalven van deKwaadaardigheid der Gereformeerde Predikan-ten in het algemeen sprecke, zo wil ik die tweeHeeren en alle degeene, die van denzelfdenzagtmoedigen Inborst zyn, daaronder niet be-treepen hebben; hebbende de gemelde tweeHeeren, zo als ik door de twede en derde Handvernoomen heb, geen Deel aan myne Vervolgin:gen willen neemen. Ook kan ik UE. verzekerendat hen beide niets ontbrooken heeft als de waarealleen zaligmakende Rooms-Katholyke Religie.Zy hadden beide, zo wel als zeer veele vanhunne Collega's, Verlichting genoeg om denDwaalweg, waarop zy wandelden, van deRooms-Ratholyke Waarheden te onderscheiden. Maar het Punt van Eere, en de Bekom-mering van Vrouw en Kinderen tot Armoedete brengen, zyn twee Moordenaars van dui-zenden van Zielen.Ik heb UE. reets hiervooren verhaalt, hoedat ik met den Heer Predikant Velse een Disputover den Bybel heb gehad, en hoe dat hy myop myne Vraag: Hoe hy wist, dat de RybelGods Woord was? geen voldoenend Antwoordheeft kunnen geven. Dien Brok konde hy nietver-