298.
99
(272)voor het schryven van de Haagse Koerantenjaarlyks een Mooi inkoomen, en by gevolghondertmaal meer Redenen om hem te ontzien,als den Ruiter, of eenig Haags Predikant. UE.kan derhalven oordelen, of de Ruiter deWaarheid gezegt heeft, met my zo eene lasseT'aal toetedigten.Nadat de Heer Manger, van wien ik reetshiervooren Melding gedaan heb, zich afge-slooft hadde, om my even door zulke krach-tige Bewys-Redenen, waarvan de Ruiter zichtegens my bedient heeft, te overtuigen, brakik eindelyk in de volgende Woorden uit: MytHeer, zeide ik tot hem, uwe Bewys-Redenenzyn al te zwak om my te overtuigen, derhal-ven heb ik beslooten, door Gods Genade in hetRooms-Katholyk Geloof te leven, en te ster-ven. De gemelde Heer zal het mede moetenbekennen, mits de Heer Emans, Ouderlingvan de Gereformeerde Gemeente van St Gra-venhaage, by dat Voorval tegenwoordig was.Zou ik nu tegens eenen Predikant, die my alleKwaad zogt te doen, zo stout gesprooken; entegens eenen Ruiter eene zulke laffe Taalvoert hebben? Dat zal noch UE. noch ymandanders kunnen geloven.De Heer Henselman, Legations-Secretarisvan het Russise Hof by de Heeren Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden, die voormaals Luithers geweest, doch zedert om eenezekere Reden Gereformeert geworden is, kwammy op eenen zekeren Avond in het Voorhoutwandelende, te Gemoet, en: Myn Heer, zeidehy tot my, uwe tegenwoordige Staat gaat myzeer ter Herte, mits ik voor eenige Dagen byeenen Vrind ten eeten zynde, over Tafel gehoort