* (222) *zegt de II. Augustinus, (g) Eene Meenigte vanandere Plaatzen ga ik thans voorby, mits ikoordeele, dat de aangehaalde genoeg zyn on-ook den Hartnekkigsten te overtuigen, dat SPieter en zyne Opvolgers, schoonze Menschenzyn geweest gelyk als wy, echter meer Machthebben gehad, en by gevolg ook noch hebbenals wy, en dat de Pauzen van Rome ten allesTyde voor Opperhoofden der Kerk gehoudenzyn. Hebben de Predikanten daar noch iettegen, ik zal hen met Gods Hulp daarop antwoorden. Thans koome ik tot de Feilbaarheid en Dwaling van Petrus.251.Ik vraage den Ruiter, en yder Predikantof Petrus gedwaalt heeft in eene Daad, of inGeloof, wel te weten, na het ontfangenden H. Geest? Heeft hy gedwaalt in eene. Daaddat is, heeft hy gestruikelt of eenige kle-Zwakheid, of Zonde begaan, zo heeft de stukter zynen Text Galat. 2. V. 11. 12. 13. en 1te vergeeffs aangehaalt, (b) mits wy zeer!toestaan, dat Petrus door eenen al te grootenYver om het Christelyk Geloof voortteten, mischien eenen kleinen Misstag in denier van doen begaan heeft, hoewel zeer desijge en zeer voornaame Schryvers en Uitlgers der H. Schrift hem teneenemaal vanZoude vryspreeken; te meer daar S.zelf zynen Timotheum besneden, (i) en zich(5) Tom. 2. Epist. 162. P. 248. Essen loc. cit. Pass.eu 162.(b) In zyn Aanhangsel van de waaragtige HistorPag. 41.① Ad. 16. ✞.3.
Druckschrift
Epistola fundamentalis romano-catholica, of Brief van een rooms-Katholyk Priester aan een rooms-katholyk Rechtsgeleerde te Dusseldorp : waarin ... word wederlegt de Waaragtige Historie van Johan Lindlauw ... , met e. Voorrede aan de Burgers van s'Gravenhage
Entstehung
Seite
222
Einzelbild herunterladen
verfügbare Breiten