33
134
(206Daar zyn immers Predikanten, gelyk alsde reets overlede Heer Doesburg, van wien ikhiervooren N. 15. gesprooken heb, was,andere Gereformeerde en Lutherse Heerendie uit weereldse Inzichten niet trouwen,dus toonen, dat het niet onmoogelyk is huiteden Echt te leven. Waarom zouden zyook, indien zy aan God den Heere plegtiggeloofden niet te zullen trouwen, zulkelofte niet zeer wel onderhouden kunnenzou mischien eene Zaak, die in zich moogis, onmoogelyk worden, als menze aanbelooft? Dat zal immers geen Predikant durven zeggen.Indien de Regel der Predikanten, te wetedat de aan God gedaane Geloften onmoogen by gevolg krachtcloos zyn, doorgaat,worden daardoor alle Goddelyke en natuurWetten het onderste boven gekeert.der Natuur, die in de Herten aller Menschingedrukt is, zegt ons, dat wanneer wZaak eenmaal weggegeven of verkogt hebbenwy dezelve na ons Welgevallen niet moogterug neemen, noch aan eenen anderengeven of verkoopen. Ik zal het met eenelykenis verklaaren.In Geval de Ruiter Johannes Lindlauw hetzyn Paard weggaf, en die Gifte met eenenbevestigde, doch desniettegenstaande datzelPaard den volgenden morgen heimelyk washaalde, en aan eenen anderen verko;men hem in zulken Geval niet voor eenen Den Meinedigen moeten houden? Buiten TwylHet Vernuft zelf zegt het ons. WederonIn Geval Johan Lindlauw, die zynen Dienstden Staat verbonden heeft, heimelyk uit114