197.
(171)voor eene Aarde is hy dan met zyne Engelengeworpen? Als hy is overwonnen, dan moethy immers, indien de Ruiter Gods Woord wilstaande houden, uit de Plaatze daar hy was,en overwonnen is, van boven neer geworpenzyn op eene andere Plaats, daar hy de geheeleWeereld verleid. Wat mag dat nu wel vooreene Plaats wezen? Doch het is den Ruitereven veel, of zyne Texten voegen of niet,slechts te vrede zynde, dat hy veele Textenbybrengt. Ik laat hem dan alhier met denDraak worstelen.Ondertuschen kan ik niet zien, dat het eenegoede Preuve is, dat de Ruiter de Oudheidvan zyne Religie met de Waldensen bewyzenwil, mitsze alsdan niet ouder zoude wezen,als ses of zeven Eeuwen, en dus veel jongerals de Rooms-Katholyke Religie, welke tenTyde van de Waldensen de gansche Weerelddoor bloeide; en dat konde in een Jaar niet zyngeschied. Dit meene ik, heeft geen verderBewys nodig.Van de Waldensen zullen wy nader spree-ken ter Gelegenheid van de Hussiten, en on-dertuschen met ons Uittreksel uit den Cate-chismus van Montpellier voortgaan.Dertiende Eeuw.De Albigensen, van dewelke wy reets ge-sprooken hebben, ontroerden de Kerk noch alin deze Eeuw. Daar ontstonden wel nocheenige andere Secten, doch die wierden haastgesmoort. Zodanig zyn onder andere degeene,waartoe de Abt Joachim Gelegenheid gegevenhadde,