142.
(132)Naam van Bertramus of Ratramnus. Dochandere (I zyn van Gevoelen, dat Patramnuszelf geschreeven heeft het Boek 't welk thansonder den Naam van Bertramus bekent is; endat het Bock van Joannnes Scotus hetgeene is,dat Berengarius in de elfde Eeuw voor zich on-der dien Saam heeft aangehaalt, en 'twelkdaarom door bovengemelde Kerk Vergaderinggen van Vercelles, Paris, en Rome onderzogen veroordeelt is, invoegt dat Berengarius dootde laatstgemelde Kerk-Vergadering genootzaaktwierd, het voorsz. Boek in het Vuur te werpenen zulks is ook mischien de Oorzaak, dat hetweggeraakt is.Hierop schynt ook te zien, was Hinemarus tegens Joannes Scotus, en Prudentias, ditin zynen Tyd hebben geleeft, met de volgendeWoorden schryft. (m) "Daar zyn ook nochandere Dingen, zegt hy, welke zommigdie in Nieuwigheden vermaak scheppen,daar door eenen ydelen Roem meenen te be-haalen, tegens de Waarheid der Katholyke"Riligie Staande houden, te weten, dat hetSaltrament des Altaars niet het waare Lichaamen Bloed des Heere, maar alleenlyk eene"Gedachtenis des waaren Bloeds is."”Dochdie Woorden kunnen niet op Prudentius, maarwel op Johannes Scotus toegepast worden,wienze ook zo wel als op eenige van zyne Aanhangers schynen te doelen.Paschasius schryft op dezelfde Wys aan Erfdegardis. "Ik verwondere my, zegt hy,zommige nu willen zeggen, dat'er inv Da(P) Vide Mabillon Dupin in Nova Liblioth. Auct. Eccl.(m) Lib. de Pr. Cap. 3.