115.
(111)Kerk stond tegens hem op, als eenen Ketter,die zich kantede tegens eene Leere, welke deKerk van ten Tyd der Apostelen af altoos ge-houden hadde. Hugo Bischop van Langres,Lantsrank, Durand Abt van Troarn, Guimond,en Alger schreeven het meest tegens hem. Hywierd verdoemt in het Concilie in 1050. teRome onder Paus Leo IX. en in twee andere in'tzelfde Jaar te Vercelles, en te Paris gehouden;alsmede in 1055. in de Concilien van Florence,en van Tours; en in 1059. in dat van Romeonder Paus Nicolaus II. in 1063. in dat vanRouen; in 1078. in dat van Poitiers, en in1079. in een ander Concilie, te Rome gehou-den. Berengarius herriep zyne Dwaling, enstierf als een Boetvaardige in den Schoot derRooms-Katholyke Kerk.Michaël Cerularius Patriarch von Konstanti-nopele schreef in 1043. tegens de Latynse Kerk.De voornaamste Beschuldigingen, die hy te-gens haar inbracht, waren de volgende. 1. Datde Latynen ongedeessemt Brood by de Conse-cratie gebruikten. 2. Dat zy verstikt Vlees aten.3. Datze den Baard deeden scheeren. 4. Datzy des Saturdags vasteden. 5. Dat zy in deeerste Week van de Vasten Vlees aten. 6. Dat-ze in het Symbolum van Nicaea bygevoegt had-den het Woord: Filioque (en den Zoone) omdaardoor te verstaan te geven, dat de H. Geestvan den Vader, en van den Zoone uitgaat,twelk, zo hy zeide, eene Dwaling was. 7. Dattwee Gebroeders in de Latynse Kerk met tweeGezusters mogten trouwen. 8. Dat men zichin de Misse den Kus des Vredes gaf voor deCommunie. 9. Dat men het Alleluja niet zonggedurende de Vasten. 10. Hy beschuldigde