91.92.
(101)stryden, maar moet dezelve in Tegendeel ver-meerderen, mitsze om Gods Wille gedaan word.UE. ziet, dat ik klaar, verstaanbaar, en vat-baar spreeke, waartegen duizend kwalyk ver-staane, noch kwalyker bygebragte, en op hetallerkwalykst toege paste Spreuken uit den Bybel,niets kunnen uitregten.Derde Aanmerking.Dat de maagdelyke of ongehuwde Staat nietbeter zoude zyn als de huwelykse, zo als deGereformeerde Predikanten met Vigilantius, enandere Ketters leeren, zulks stryd immers tegensde uitdrukkelyke Woorden van den H. ApostelPaulus 1 Cor. 7. en heeft by gevolg geen verderBewys nodig. Van de Gelofte der Kuisheidzullen, wy in 't Vervolg nader spreeken.Van de Dwalingen der overige Ketters vandeze Eeuw heb ik niets willen melden, mits deProtestanten weinig of niets van hen ontleenthebben; en wat de Predestinationen betrest, wyzullen haast nader Gelegenheid hebben van hente spreeken.sesde Eeuw.Levende Eeuw.De Monotheliten, en Paulinianen zyn deoornaamste, die in deze Eeuw te VorschynG 4Uit de sesde Eeuw hebben de Protestanten niets vanLeer-Stukken gehaalt, en daarom ga ik dezelve thans