Druckschrift 
Psalmen, Lofsangen Ende Geestelyke Liedekens : Op Lees- ende Sang-mate gerymt, Ende nu noch eenige met bovengestelde bekender Voysen verbetert, van nieuws vermeerdert met het Hooge-Lied Salomons
Entstehung
Einzelbild herunterladen
 

Zyn eer voor myn doorluchtge venstren,

En flikkren inet haer schemer-licht,

Dan daer dc mucren hoog en dichtNiet laten doorgaen hare glenstren.

De Son loopt als cen vrolyk held,

Maer straelt veel eer doort open veld,

Dan door befloteu ledekanten;

Op dat die schoone BruidegomUit zyn op tnyne kam er kom.

En göud uitgiet aen allen kanten.

Als ik my nu vermeyen ga,

My roepen alle schepsels na,

Dat Vollenhovius geiyk heeft,

Wanneer zyn Dicht hier tuigen doet,

Hoe dat een vry en bly gemoet

Veel meerder als een Konings Ryk heeft,

De Meymaend is nu blyd, en lacht,

En toont zieh in haer meeste pracht,

Öp dat z uw Eerdicht eer' en love:

Zy roept; heeft jemand rozen-hoenOf iet vermaeklyks nu van doen,sinkt deelste geur uit Vollen-Hove.

Gak door het koren-veld alleenOf längs den Berkel oever treen,

Of zitt daer ondert groen verborgen ,

Zoo denk ik reis op reis aen u ,

En word hoe längs hoe meerder sehnVant Stadfch gewoel vol moeit en zorgen.

Wanneer de Son int Westen dacld,

En voor myn oog van verre praeld,

En korts daer naer het alles stil is,

Behalvcn dhelle nachtegael,

Ontfang ik eerst het zoetst onthael,

Dat na myns herten wenfeh en wil is.

O vryheid, die ik dan geniet!

O blyheid, als ik dan uitgiet

Mynhert voor hem diet kent alleene!

Dan ist, ö waer Propheet, dan ist,

Dat