atn den Cbristelyken Sänger en Leter.ookdehandwerks-luyden opbare winkels, metheilige gelangen, hären arbeid, als met cen God-delyk vreugde-gefchal verrig: en verligt heb-ben. Alz.o mengt gy ookdegeestelykegejängei^gebruyken. Daergy alleen overwtgguct,kondgyzeby u zelvezoccjensenzagtjens murmulcn ,’t wellenden weg niet weinig verkonen zal, euwezeu als een aengenaein gezellchap: daer gy inuhuysietmet uwe handen verricht,kond gy vaugelyKei> doen: met uwe banden kond gy u werkuocii, en met den mond den ! leere zingen ;z.y n-dege!vkdel)ycu, die met bare voeten bet Was,et.de m bäte mond den zoeten honich dragen.Ditzaluarbeid \eiv.oeten, ende gyzult menig-;nael als op’tonverzienstgedaen werk finden:waatgelyk de Poectzegt:
Cantantis pariltr, pariter dato tela trahentisFallitur ancilla decipitur que labor. .
Den arbeid van de maegt die t'zamen zingten Ipint,
Is weg eu asgedaen schier eersy 't sei fs versi nt.
Menhoort dog tnenigmael de winkels der am-bachcs-luyden klinken van onkuysche gefangen,waer do..r die voorby gaea ge-ergert worden :waer het dan niet beter,te latenbooren eenigegeestclyke gefangen , daer deor die voorby gaen ,mögen zeggcn , de zegen des Heeren zy by u : tvytegtnen u- lüden in den name des Heeren. Pf. 129:8. Maer inzonderheid moet men aldaer de hei-lige gefangenoeffenen, daer eeniggoed godza-lig gezellchap, in alle zedigheid vcrzamelt is,om alzo,nadevermaninge des Apostels Pauli ,aldaer malkanderen te leeren ende te vermeinen ;ende onder malkanderen tespreken met Psalmen,Lofzangtn ende geefielyle liedekens. Col. 3:16.Lpb.y. 19. Want aldaer zalGodmeest verbeer-lykt, onzen naesten meest geflieht, en wy zelveinet dies te groter y ver opgewekt worden in het
Tnzonder-hcici in ce»» g godza-li^crezel-ichap.