Druckschrift 
2 (1762)
Entstehung
Seite
548
Einzelbild herunterladen
 

548 Coftuymen van Nyvelé.

L X IV.

Soo verre dappellant ten dage dienende , omfyne Grieven texhiberen , niet en compareert, falmen tegens hem accorderen defFaut , ende voort profyt van dien , fal dappellatie verklaert wor-den verlaten, ende dappellant gecondemneert inde koiten, ten zy dat men om feker oorlaken defake continueert totten eerften dag van rechte.

L XV.

Men fal voortane niet mogen appelleren vaneenige l'éntentien , die ten diffiftitifvën zyn repa-rabel, ende en fal dappellant in fulcken casoockniet ontfangen worden, maer fal die contrariepartye mogen fuftineren dat de voorfz. appel-ant van fyne appellatie ial gerejedteert worden,ende den Rechter ad quem fal gehouden zyn al-loo t'appoincleren.

L X V I.

De gene, die fal willen appelleren vanfententie tegens hem gegeven, fal gehouden zynt felve te doen voort Gericht daer de felvefententie is uytgefproken, oft wel voor Notarisende getuygen, w.aer van alfdan advertentie ge-daen fal moeten worden aen de Wet, aldaer defententie gegeven is geweeft, binnen drye da-gen, op pene van nulliteyt van de voorfz. ap-pellatie.

L X VIL

Dappellanten fullen namptiferen binnen dryedagen, naer dat dappellatie begonft is, damen-den daer toe ftaende, op pene vàn daer voorgeexecuteert te worden.