Druckschrift 
2 (1762)
Entstehung
Seite
546
Einzelbild herunterladen
 

f4<Z Çoftuymcn van Njrvele.

L X I.

Indien dAppellant, oft Geinthimeerde willenverfoecken eenige fuppletie, rejeétie, oft cor-ieélie van de overgegeven ftucken van den pfo«cede, fullen gehouden zynt felve te doen,aleer dappellant gedient fai hebben van fynegrieven, op den tweeden Genecht-dag, naer datde voorfz. faecke van appellatie gedient fal heb-ben, op pene van verfteken te zyn van alfulc-ken verfueck.

L XI t

Die geinthimeerde fal oock gehouden zynbinnen den voorfz. tweeden Genecht-dag tefurniren de fententie à qua , op pene van teverliefen deffedt van de'felve fententie.

L X I 11

In materie van appellatie fal men procederenby Grieven, antwoorde, répliqué ende duplic-que in gefchrifte, ten zy dat partyen recht ver-fueken uyt de ftucken van den procédé, daetaf geappelleert is, in welcken gevalle dappel-lant fal fchuldig zyn te nemen pertinente con-clufie in fulcken cas dienende, ende employerende fchrifturen, ende ftucken . gedient in denProcédé daer af geappelleert is, ende fal degeinthimeerde defen niet-tegenftaende (wilt hy)mogen dienen van fyne fchrifture van Antwoor-de oft juftificatie, ten zy dat hy infgelycx ge-raden vindt temployeren de ftucken van denvoorgaenden Procédé, in welcken gevalle dievoorfz. geinthimeerde oock fal nemen pertinenteconclufie in fulcken cas van noode welende.

%#