Druckschrift 
2 (1762)
Entstehung
Seite
390
Einzelbild herunterladen
 

Rcchtcn ende Ccflttymen van Uccle.blyft de Moeder in hare Patrimoniale UckelfcheCheyns-goeden alleenelyck eeu Erf-tochtenerile.

XI.

Item,.in de Moederlycke Uckelfche Cheyns-goederen deylen de Broeders ende Sufters vaaeenen wettigen Bedde hoofde-gelyck.

XII

Item, oftt gebeurde dat de Moeder her-houwt 'zynde twee oft meer reyfen, ende van elckenwettigen Bedde twee oft meer Kinderen hebben-de, deylen aile de Moederlycke kinderen haersMoeders Goeden ( naert fcheyden van het Bed*de haer toe-gekomen,t zy by Succeffie oft Con-quelle ) foo we| van het eerfte, tweede, oftmeer wettige Bedden, hoofde-gelyck.

Aengaende de verkregen Cheyns-goeden.

XIII.

I Tern, oftt gebeurde dat de Vrouwe by con-tent, ende ten by zyn van haren Man, kornttôt eenige Uckelfche Cheyns-goeden met eenenvremden Momboir, geen kinderen hebbende,volgen allulcke Goeden de Vrienden van deVrouwe, met feciufie van de Vrienden van denMan.

XIV.

Item, oft gebeurde dat de Vrouwe tôt alfulckeCheyns-goeden niet en kornt, met eenen vrem-den Momboir , heeft de Vrouwe alleenelycknaeckte Tocht in de hellicht van alfulcke Goe-den^ende de geheele Proprieteyt kornt teiflont