I
7* P L A A T LVIIL
HOEFBLAD \ TÜSSILAGO
PODDEBLAD,
Z> E XlXde CLASSE.
Zie linn aus Nat. Biß.
door HOUTTUJJN , Ilde
Deeis iode St. bl. 636.
JÖDDEBLADEW , DOKKEBLADEN ,
vut een eijronde Bloemtros ,«?i yf einige, naakte , vrouwelijkeBloempjes.
a. De gewoms , rolrtmde , gefclmbdeKelk.
b. De famengeßelde Bloemkrans.C. Het eigentlijk , tweeßachtig ,
trechteryijs filoemkransje , met eenvijffpleetig,fpits,omgeboge Board ,dût langer , is , dan de Kelk.¿. De vijf zeer körte Meeldraden ,die in sen tweeßachiig Kroontjegelijk een cylinder ßaan randomdene. Draadswijzen Stijl , die ¡anger i.',dan de Meeldraden , en van eengraven Stempel voorzien is.Bloeitijd. In *t begin va» deJ.ente , aan de dijken en wegen , ahiij Tiel , bij 't Dorp Voorst op deVeluwe , aan den dijk bij Rotter-dam en Gouda, te Elshout , en Zmi-ten Haarlem , fer groóte van defloat.
PETASITES.
C L A S S IS XlXna.
Conf. LiNNiEi Sijst. Nat. Ed.g m e L i N i Tom. I lit part.
zdce pag. 1225M.
p£T4sites , tbyrfo ovato, paucisflofculis fetnineis nudis.
a. Calyx communis, cyliadraceus,fquamofus.
b. Corolla compofita.
c. Corollula propria , hermaphro-dita , infundibuliformis , limboquinquefido , acato , reíiexo ,calijce longiori.
d. Stamina quinqué brevisfima, infitu naturali cyiindri adinftarcircumdantia.
e.Scijlum filiformem, ftaminibuslongiorem , cum itigmate crasfo«
temp. flob.. Primo veré, inlocis humidis aigiüofis, ruagnitii«dine lconis.
c e n R v 1 K . De ouden gebruikten alleen uitwendig de Wartel , metwelkers gedrocgde Poeijer zij door opftroijing allerleij lopendeVerzweeringen {Ulcera maligna & phagadanica) genazen, tegentfoor-dig wordt zij 00k inwendig als opeuende en aweetdrijvende vaneeaigen aangepreezen.
GE-