Druckschrift 
1 (1911)
Entstehung
Seite
27
Einzelbild herunterladen
 

EN ANNA VAN HANNOVER.

27

dat, trots haar onherstelbaar verlies, in zekeren zin ookvoor haar. Zelve waakte zij over de opvoeding harer kin-deren; zij zag haar bestuur in Friesland geëerbiedigd enniet zonder zegen voor dat gewest; en zij smaakte de vol-doening den jongen Willem nog tijdens zijne minderjarig-heid tot stadhouder van Groningen en Drenthe, later zelfsook van Gelderland verheven te zien.

Maar juist als terugslag dier bevorderingen werd den prinsvan andere zijden grievend onrecht aangedaan. Zijne ver-heffing in de Noordelijke provinciën was voor de regenten-aristocratie in Holland en Zeeland eene ergernis. On-gehinderd lieten de Staten het geschieden, dat Frankrijken Pruisen al wat den prins van Oranje nog aan bui-tenlandsche bezittingen uit de erfenis van Willem IIIgebleven was, in beslag namen, en binnenslands werdhij door hen willekeurig in zijne rechten verkort doorde afschaffing van het hem rechtens toekomende mar-kiezaat van Veere en de daarbij behoorende waardigheidvan Eersten Edele van Zeeland. Vruchteloos teekende MariaLouise telkens protest aan namens haren zoon. Zij miste demacht om diens rechten met geweld te handhaven, en alhadde zij die bezeten, zij zoude die niet hebben gebezigd.Ik hoop, dat gij over al uwe vijanden zult zegevieren doorde wapenen der christelijke deugd," schreef Maria Louisenog in later jaren aan haren zoon, en dit was het grond-beginsel, dat zij hem van kind af leerde volgen. Haar eigenezachte vroomheid trachtte zij in hem te wekken, en, naar watProf. Jorissen uit de briefwisseling tusschen moeder en zoon