LEVENSBERICHT.
XV
aangaande deze huisgenoote van Luyken bekend is. Zij was geboren30 October 1057 en was waarschijnlijk na het overlijden van Maria deOudens bij hem in betrekking gekomen. Ook zij behoorde tot dezelfdepiëtistische richting als haar meester; immers in de hiervoor aange-haalde brieven van 30 September 1084 en 15 January 1685, even als inden hierna te vermelden brief van 28 Augustus 1703, brengt Luyken degroeten van over, en ook in dien van 12 November 1088 wordt
zij genoemd en wordt medegedeeld, dat zij op dat oogenblik even vanhuis was gegaan.
Jan Luyken schijnt haar zeer op prijs te hebben gesteld, zooals blijktuit een manuscript, dat in het bezit is van Jhr. Dr. J. P. Six; het is eenexemplaar van de eerste uitgave van het Re&'T?/ van 1694
in groot 4L, met de gegraveerde versjes onder de afbeeldingen. Op dewitte rugzijden zjjn de teksten, welke voorkomen in de uitgave van 1704,door Luyken zelf geschreven, en evenzoo op het schutblad ww?,
Daaronder staat in een handschrift van veel lateren datum:„D77 /lasMdsc/iW/H vatw .Thw LtuVreu 7tM/7 ATy' nuw H77-
„72e%y'e p%72 (g2y'72dc A: d<?7* 72y't7 S2y;M 7M22s7;oM(7s7<37') Tweeid, Ac7
„wwAygws ^^evg72 Aee/X aai! z^y'72 Mgmgocw uoA yg72a<27T!<r7 Jat72 LMtAg72„Ë72 272 7/7M7M 7!(27a;7e77M7M;p Ae7 272 dg72 ytM'e 7764 27g7'At).?t M."
En nog meer blijkt die verhouding uit een brief in November 1703door Luyken geschreven aan Roelof Bclinckhuys en Soon, waarin onderaan het geschrevene door haren meester, een postscriptum voorkomt van„M727MY2 W72 L72g%", behelzende louter mystieke uitdrukkingen. Zie Bij-lage 11.
Aanvankelijk werkte Jan Luyken alleen, doch weldra was onder zijneleiding zjjn eenig overgebleven zoon Gaspar zoo ver gevorderd, dat hijop 16- of 17jarigen leeftijd, in het jaar 1689, zijn vader kon bijstaan inhet graveeren- De eerste proeve daarvan komt voor in A7's:_Bo77!e7/7:se7icin dat jaar uitgegeven, en van dat oogenblik af werden ver-scheidene werken door hen te samen van gravures voorzien.
In 1698 of 1699 vertrok Caspar naar het buitenland en wel bepaaldnaar Neurenburg, en zeer mogelijk is het in verband daarmede geweestdat Jan Luyken omstreeks denzelfden tijd Amsterdam verliet om te Haar-lem te gaan verblijfhouden,waar hij in 1699 werd ingeschreven in het registerder leden van het Lucasgild ^"), en waar hij schijnt gewoond te hebbenaan de Bakkersloot. Van dit verblijf te Haarlem wordt door Luyken zelfmelding gemaakt in brief 89 der (rcesMTy'Ae RWevgT! en evenzoo wordthet vermeld in het voorbericht van Ae7 Ow7'7'7oe?/eT2d A7c7-7<2, zoo ook dathjj toen aldaar in kennis gekomen was met Daniël, den zoon van RoelofBellinckhuys.
37) Verzameling C. P. v. E.
33) Dr. van der Willigen, Artistes de Haarlem 32.
3") In den Roman Robert Hellemans, door A.Loosjes, (IV. 157), waarin de beidvan het verhaal met verschillende bekende personen in aanraking komt, wordtook gewag gemaakt van bovenstaand verblijf te Haarlem. In den zeer vroegenmorgenstond langs het Spaarne wandelend ontmoet Hellemans eet) onbekende,