vt
LHVENSBERtCHT.
Amsterdam gepasseerd, blijkt dat bij, behalve van de helft van het ou-derlijke huis, ook eigenaar was van het door hem bewoonde perceel eew7tMts 7?t & jYMMwgZwryA s7oey7t, Aoor7^7;We, (Zner* do y'e-
yo/ticoo/'dty üM77igwy7d, en welk huis voor de som van ƒ4200.— werd ver-kocht aan Juff. Anna Stoffels, huysvrouw van Volckert van de Velde,hoogstvermoedeljjk dus een der nabestaanden van zijne toen reeds over-leden echtgenoote- ")
Deze acte, in verband beschouwd met de woonplaats vermeld op dentitel van & On/eyZ&nre ZZey7toZ, doet denken dat Christof'fel Luyken na1663 verhuisd is, met overbrenging van den naam zijner woning, totwelke onderstelling de hierboven vermelde uitdrukking „yoyowtpoordt'yM%7MMy%7" ook wel aanleiding geeft.
Thans terugkeerende tot den meer bekenden jongsten zoon van Gas-per Luycken over wiens juisten naam ook verschillende meeningen bestaan,zoo acht ik het stellig dat hij „JoftnwtM" genoemd is, en dat ten onrechte be-weerd wordt, dat dit een naam zou wezen, later aangenomen op grond vanden Bijbelschen klank.'-) Immers ook reeds vóór zijne bekeering komtde naam „Jo7tuwwos" voor en juist in deofficieele documenten, als in hettestament zijner moeder (1668), bij zijn ondertrouw (1672), bij zijne inschrij-ving tot lid der Gemeente (1673), en evenzoo later bij het voldoen vanzijn begrafenisgeld (1712), terwijl bij de begrafenis en op het doodbriefje„JccMTMs" vermeld staat. Hij zelf schijnt evenwel dezen naam te lang tehebben gevonden, en verkortte dien aanvankelijk tot „Jbnrt". (Titel Duyt-sche lier 1671); hij onderteekende zoo bij zijn ondertrouw, en evenzoo deschilderij behoorende aan Dr. J. P. Six (vermoedelijk 1672). In de jaren1675—1678 kwam eene periode dat hij wederom met „JoZwwes" voluitteekende, doch weldra ging gij over tot Op deze wijze onder-
teekende hij al zijne gravures van 1679 af, wanneer hij daarop meer danzijne voorletters plaatste, en evenzoo zijne brieven, zoowel in 1684 en 1688als in 1703,'3) en onder dezen naam is hij ook bij het nageslacht bekendgebleven. Zie Bijlage 9.
Uit den aard der zaak is zeer weinig aangaande zijne jeugd bekend.Zonder twijfel bezocht hij de school aan welker hoofd zijn vader stond,en het kan zeer wel zijn dat er waarheid ligt in hetgeen Koopmans vanBockeren opmerkt, 'h gat vermoedelijk de herinnering aan dien tijdvoor Jan Luyken niet tot de aangenaamste behoorde, ten minste te oor-deelen naar het prentje in 'sJZoMseZteM Z?oytM, ZlZ7&7ew. eM Z?7wdo, betiteld„ZZof Zuwdye yaa7 scZtooü", waarop het kind in eene alles behalve opge-ruimde stemming zich derwaarts begeeft en waaronder door hem hetversje is gesteld:
„ZZof 7r7Mc^'e woe^ int sc7tooZ Zoo ynnM,
„Zoo yard %7roe aty'w ArMts/ow nart", enz.
") Mededeeiing van Dr. A. Bredius.
12) Italië, Joan Luiken, Oud Hoiiand 1888.
13) Verzameling van den Heer C. P. van Eeghen.
ii) Iets over Jan Luyken en zijne Geschriften.