ELSEVIER.
De Elseviers , oorspronkelijk uit Leuven, vestigden zich met LodewijkElsevier, ook Louys d'Elsevier genaamd, in 1580 als boekverkoopersen boekbinders te Leiden. Zie „ Uitkomsten van een onderzoek omtrentde Elseviers door Jhr. W. J. C. Rammelman Elsevier. Utrecht bijN. van der Monde, 1845; niet in den handel."
Het schijnt bewezen, dat zij het eerst te Leiden als uitgevers endrukkers optraden, en wel in 1583, zoo als de heer J. J. Dodt vanFlensburg aantoonde in de uitgave van: „ J. Drusii Ebraicarum Qusesti-onum, sive Quaestionum ac Responsionum libri duo, videlicet secundusac tertius in academia Lugdunensi 1583, in 8°." Vroeger hield men,zoo als bekend is, daarvoor de uitgave van Eutropius van 1592.
Voor hunne vestiging daar ter stede schijnen zij zich alleen methet binden van boeken onledig gehouden te hebben. Zie „Annalesde rimprimerie Elsevirienne," par M' Charles Pieters a Hand, 1858,p. xvn, en 4.
Mij is het opmerkelijk voorgekomen, dat Lodewijk Elsevier in zijnboekverkoopers-teeken, — den arend met den bundel van zeven pijlenen de spreuk: „ Concordia res parvae crescunt," — het jaar 1595 plaatst,hetgeen mij zou doen veronderstellen, dat Lodewijk, zijne zaken vandat jaar af alleen drijvende, ook zijne vestiging als boekhandelaar enz.van dit jaartal af rekende. Zie mede de „Annales" p. 7.
Overigens wordt Isaak Elsevier in de „Uitkomsten," bl. 24, aan-gegeven als de eerste der Elseviers, die in den eigenlijken zin drukkerwas en in 1616 eene eigen drukkerij had. Hiermede stemt overeende Heer Oh. Pieters in genoemde „Annales," p. 25.
De laatste van dezen beroemden stam, die als drukker optrad,was Abraham Elsevier II, van wien wij in de „Annales" lezen:C'est lui qui a, le dernier de sa familie, exercé la noble professiona laquelle ses ancêtres doivent leur renommee. „Annales," p. 158.
Het is met dit geslacht dat de Van Waesberghe's naauw verwantwaren, daar Catharina van Waesberglie, gehuwd met Abraham Elsevier,in de „Uitkomsten" enz. bekend als Abraham I, de stammoeder vaneen groot deel daarvan was.