207
zoek in, dat Hendrik van Waesberge, in plaats van zijn oom Pieter,aan zijn vader, bij diens klimmende jaren, als deelgenoot in de zakenmogt toegevoegd worden, en wel op dezelfde gunstige voorwaarden,als waarop zijn oom met zijn vader vereenigd was.
Dit verzoek vroeger ingediend dan dat, waarvan op bladz. 209 sprakeis, werd door een van 1771 achtervolgd. Het gunstige appointe-ment daarop in het najaar van dat jaar verleend, had de compagnie-schap van Herrit en Hendrik van Waesberge ten gevolge.
Als hrma komen hunne namen dan ook van 1772—1774, en dannog slechts enkele malen voor. Zij worden dan Ordinare Stads-drukkers genoemd, ofschoon Hendrik alleen reeds aan het eind van1774 als zoodanig voorkomt. Men vindt hen te zarnen als zoodanigin de „ Generale Keuren en Ordonnantiën der Stadt, tot Rotterdamgedrukt bij Hendrik van Waesberge, ordinaris Stadsdrukker," op debovengenoemde jaren genoemd, en de door hen in die jaren gedruktestukken daarin aangegeven.
Tot 1774 treffen wij de namen van Herrit en Hendrik van Waes-berge gezamenlijk aan. Het laatste stuk van 1774, PgMOM^g MM
& Ag% PgJgTMTMgfgM MM & PpMytZMygM ZM & Pw^g^g
Hgrg/gfMggr& Agr%gM &^gr heeft voor het eerst den naam van
Hendrik van Waesherge alleen. Het schijnt evenwel, dat zij nu endan ieder nog voor zich zei ven bedrijvig waren en dat alzoo decompagnieschap voornamelijk ten opzigte der Admiraliteits- en Stads-zaken aanvaard was.
S. hrviER, Dc verovering vnn denUriel, of de Grondiegging der bata-vischc vryheid, treurspel Rott. Gt.(Gcrrit)vanWaasbergc, 1777, kl. 8°.
J. T. Bode! Nyenhuis, Topogr. Lijst derPlaatsliescln. v. n. Koning)-, der Nederlan-den. Amst. 18G2, N° 1250.