Druckschrift 
Het geslacht van Waesberghe : eene bijdrage tot de geschiedenis der Boekdrukkunst en Boekhandel in Nederland
Seite
197
Einzelbild herunterladen
 

197

het morren van het volk in Augustus 1741, over de duurte van deboter; welk morren Dingsdag 12 September aanvangende, op deBotermarkt en in de Boterbal, daarna op andere plaatsen in de stadzoo toenam, dat men eerst de huislieden dwong de boter een derdeminder te verkoopen, en later de boter wegroofde, zoodat de huis-lieden moeite hadden zich voor grooter ongemak te bergen; waarover15 September 1741 eene Publicatie verscheen, in de verzamelingbewaard.

Hierin aldus voorzien zijnde, ontstond er een ander misverstand,dat de kaasboeren hadden moeten misgelden, ware er niet, in denaanvang dier troebelen, eene Publicatie tot opheldering, van wegede Ed. Gr. Achtb. Heeren van de Wet, in dato 28 September 1741,verschenen, welke het gemor stuitte.

In het volgend jaar moesten het de Impost-meesters Floris vanWeersel en Thomas van Pausë ontgelden, de eerste van welke,tusschen 16 en 17 April, des avonds omstreeks elf ure, en de andereden 16 Mei, mede om elf ure des avonds molest leed; bovendienwerd nog, in den nacht van den 12 Junij, hetTeldershuisjeaanheteind van den Haringvliet, bij de Engelsche kerk staande, open-geloopen en uitgeplunderd; waarover 4 Julij 1742 eene Publicatieafgekondigd werd, met belofte van ƒ 500, premie voor het aan-brengen van den dader of de daders van het feit, en verbiedende,na eerst de molestatien den Impost-meester Eloris van Weersel aan-gedaan , opgesomd te hebben, op het allerserieuste en scherpste aanallen en een ygelijk / van aan de voorsz. Impost-meester ofte zijnebediendens / ofte aan deszelfs goederen / eenig de minste molest /hinder of schade aan te doen / op poene dat de Dader of Dadersdeswegens / met de uytterste rigeur sal of zullen werden gestraft /na de Placcaten van den Lande".

In het bekende jaar 1747, door onzen stads drukker en anderenhet Wonderjaar geheeten, hadden er bewegingen van eenen ganschanderen aard plaats. In dit jaar werd men in de Republiek alomdagelijks meer beducht voor een inval van de Eranschen. En nietzonder grond, daar deze, onder zoogenaamde termen van vriendschap(en zooals men toen sprak, om onze Landen te bewaren) al lang-zamerhand aanvingen te naderen. Verder bepaalt zich onze drukkerbij deze zaak niet, als in de geschiedenis van ons land opgeteekend.Maar de maand April", gaat hij voort,in het genoemde jaar, envervolgens, geeft mij aanleidinge tot de bijzonderste gebeurtenissen."

Op ' t eind van April, kwam er een Middelburgsch schip , ver-sier d met eene groote Prinsenvlag en wimpel, brengende tijding, datZijne Hoogheid Willem Oarel Hendrik Friso, Prins van Oranje-Nassau, binnen de stad Veere en vervolgens in geheel Zeeland, ophet verlangen (op de biddinge) des volks, tot Stadhouder, Admiraalen Oapitein Generaal derzelver Provincie etc. uitgeroepen was.

Dit gezigt en deze tijding, en de naar aanleiding daarvan wappe-rende vlaggen, deed de zoo lang smeulende liefde voor zijne Hoogheidbij alle welmeenende vaderlandlievende Rotterdammers ontvonken entot een gantsch vuur bernen."