Druckschrift 
Het geslacht van Waesberghe : eene bijdrage tot de geschiedenis der Boekdrukkunst en Boekhandel in Nederland
Seite
192
Einzelbild herunterladen
 

192

liteits Hof geweest is ter plaatse, waar thans het Zakkendragershuisen het Theatrum Anatomicum der Stad staat. Een steen in dengevel, aan de zijde der Hnihrug, verkondigt heden ten dage nog aande Rotte- en Maasstad-bewoners, dat daar ter plaatse eenmaal eenCollegie zitting hield, hekend onder den naam van de Admiraliteitaan de Muze. Dat deze Admiraliteit aan de Muze wegens hareoudheid den voorrang boven de andere Admiraliteiten verkreeg (1),en dat hare vlag de eerste in rangorde was, is thans welligt minderbekend.

Deze Admiraliteit heeft Rotterdam zich in 1850 laten ontnemen.Wij roepen der Regering onzer Stad toe:Regenten! wat is er vande Admiraliteit? waar is uwe eere?" De gedenksteen in het gebouwis een schandsteen, en der voorouderen zorg en streven, te dezenopzigte, door hunne kinderen slecht geschat geworden (2).

Maar laat mij geen verwijt toeroepen aan de achtbare mannen,waarvan vele op eene waardige wijze de zetels van hen, die dienroof zonder tegenspraak toelieten, ingenomen hebben. Deze, dietoonenhet wel begrepen belang van Rottes Stad te kennen, hare aanstaandegrootheid te bedoelen, zouden nimmer zonder den hevigsten tegenstandzich eene kroon hehhen laten ontnemen, die tot de eer en de wel-vaart der Stad zulk een aantal jaren zoo veel toebragt.

Hoe in der tijd een klein aantal ingezetenen hunne stem tegen devernietiging hunner Admiraliteit verhieven, maar nergens weerklankvonden, hiervan getuigen de stukken, te vinden in de Nieuwe Rot-terdamsche Couranten van 12 Jan. 1849, N° 11, en 8 Jan. 1850,N° 7, en een aan Z. M. den Koning, in dato 22 Febr. 1850, dooreen klein aantal ingezetenen aangeboden request. Door de Rott.Courant van 7 Febr. 1850 werd dit verzoekschrift, doch zonder ge-volg, Rottes burgeren ter teekening aanbevolen (3). Maar laat onstot de Van Waesberge's terug keeren.

Pieter dan overleefde zijnen broeder Gerard, wiens overlijden na1766 zal moeten gesteld worden, aangezien eene publicatie van datjaar nog hun beider onderteekening bevat.

Pieter behield alzoo, ingevolge vroeger besluit van Heeren Burge-meesteren en Regeerders, als de langstlevende de betrekking bij deStad en de Admiraliteit voor zich en is voorts de schrijver en ver-zamelaar der bladz. 156 vermelde en onder mij berustende aloudebewaarde stukken enz."

Later kwam mij een bewijs voor, waaruit bleek, dat Gerard in

(1) Zie Jacob Lois, bi. 105, 143. J. Voute. Spec. Hist. Jur. Inaug. De Admira-iitatibus tam privatis quam publicis. L. B. Amst. ex ofificina D. Groebe 1835, p. 29et 54.

(2) Bijzonderheden, de voordragt ter opheffing der Werf in 1848 betreffende. ZieNieuwe Rott. Courant van 1858, No 155 en 154.

(5) De Nieuwe Rotterd. Courant van Donderdag 6 Octr. 1859, Woensdag avondEditie, komt in een Leading Artikel op dit verlies terug.

Dit is te opmerkelijker, aangezien dezelfde Redacteur, die vroeger de stukken totbehoud der Admiraliteit slechts onder beding wilde plaatsen, nu het opheffen vandat établissement als een grief doet voorkomen. )? Tempora mutantur" etc.