182
zekerheid gebragt worden. Eene welwillend verleende inzage vande oude perkamenten giftebrieven van het huis aan den Middendamhij de Keizerinnesluis (Hoogstraat), wijk VII, n° 112, waarvaneigenaar is de Heer J. A. van Oostenrijk, heeft doen zien, dat hetvan achteren daaraan belendende huis, hetgeen door den Boekhande-laar Oldenzeel bewoond werd,
in 1609enl610inbezitwasvanAnthony van Biervliet,
„ 1633 „ 1638,, „ „ „ Pietei'van Waesbergen,Boekbinder,„ 1633 „ 1664,, „ „ „ deWed. en erfgen. van Jan v.Waesbergen,„ 1677 „ 1709,, „ „ „ Abraham van Waesbergen,„ 1725 „ „ „ „ Daniël van der Snoek.
Wij zien hieruit, dat dit huis ongeveer eene eeuw in het bezit dei-Van Waesberge's geweest is, en weinige jaren na Abraham vanWaesberge's overlijden in andere handen overging.
Hij zelf had deze woning reeds met eene andere verwisseld; wantik lees ergens in een berigt van 1700: „Het huys en Erve waerinden voornoemden Abraham van Waesbergen ende syne huysvrouweMaria van Dijck jegenwoordig syn wonende, ende syn neringe isdoende, staande over 'tPrincen Hotf alhier."
Abraham van Waesberghe, dien wij steeds genoemd vinden Drukkeren Leverancier van 'tEd. Mog. Gollegie der Admiraliteit van de Maze,mitsgaders Drukker en Leverancier van de Stad Rotterdam, die alsordinaris Stads Drukker veelmalen onder waarschuwingen, publicatienenz. van dien tijd voorkomt, muntte uit in schoonschrijven, waarvannog eenige keurige bewijzen, vooral drie zeer fraaije van het jaar1696, voorhanden zijn.
Na 1 Mei 1701 werden door hem en zijn oudsten zoon Pietei'vanWaesberge de zaken voor gezamenlijke rekening gedreven en onderde door hen gedrukte stukken gesteld: „ Gedrukt by Abraham endePieter van Waesbergen, ordinaris Drukkers etc."
Niet slechts als Drukker en uitgever van Boekwerken, maar ookals uitgever van gravuren heb ik Abraham van Waesberge te vermelden.
Onder eene goed uitgevoerde houtsnede naar eene teekening vanAlbr. Durer, Christus voorstellende met de doornekroon, in deportefeuille bij de familie berustende, vond ik staan AB. Waesber-ghe Excudit. Latei' zag ik in De Navorscher, YIP'° Jaargang,bl. 179, vermeld een portret van M. H. Tromp door C. Queboornsculp., naar S. D. Vlieger pinxit, A. van Waesberge exc., en trofik een A. van Waesberge als graveur aan, in een werk genoemd inde Bibliotheca Hulthemiana. Gand 1836, Vol. IV, N° 24448. Ditis het werk, waarnaar in De Navorscher XYIP' Jaarg., bl. 281,gezocht werd; bl. 339/40 zegt de Heer O. Krannn, dat hij aangaandeAbraham v. W. in zijn werk berigt gaf. Hoe deze portretten-uitgaaf zonder titel kwam, zie bl. 341 etc. Deze Abraham vanWaesberge blijkt dus een beminnaar der teeken- en graveerkunst ge-weest te zijn, maar die, volgens den Heer Krannn, weinig bekendis en ook geen naam gemaakt heeft. Meerdere van hem voorhandenzaken pleiten voor zijne letterkundige belezenheid.
Van zijne uitgegeven werken kan ik slechts enkele opnoemen.