4
Initia tumultuum Belgicorum,
Analecta familiarum illustriorum Bclgii.
Of van deze werken een of ander in het licht verscheen, is mij nietgebleken; Sanderus teekende deswegens aan: „ Latent Msc. apud„nepotem Joannenr van Waesherghe et Joannenr van dcnEcuchoute,dictum Grimhergis."
Foppens vermeldt dezen Petrus in zijne „Biblioth. Belg." pars. 2,p. 1017, en zegt: „memoratur a Joanne Waeshergio, ejus nepote,in Gerardimontii Descriptione."
In de „ Arch. deBelgique, Oonseil privé," LiasseN°G, 1545, wordtgewag gemaakt van een Pieter van Waesherghe, „inwoondervanGhend, erfgenaam van Jacoh van Waesherghe."
Deze Johannes, kleinzoon van Pieter, dien wij mede als schrijvernoemden, schreef in het Latijn eene topographie van Geeraertshergenen haar regtsgehied. Sanderus, die, blijkens zijne „Flandria illus-trata", met hem hekend was, zag het handschrift hij hem gereedom in druk uitgegeven te worden; zoo als het ook weldra inhet licht verscheen onder den titel van „ Gerardimontivm sive al-„tera imperialis Flandriae metropolis eivsque castellania." AvctoreJoanne van Waesherghe J. C. Brvxclhc Apud Joannem Meerhecivm.1627, in 4°.
Sanderus zegt , dat, ofschoon hij van geboorte uit GeeraertshergenTvas, hij echter van opvoeding Gentenaar is. Ik vond hem hij Fop-pens, „Biblioth. Belg." p. 2, p. 751, genoemd: „Joannes van Waesherghe„ Gerardimontensis, nohili familia natus, J. C. Canonicus et Scho-lasticus Ecclesiae colleg. Lilleriensis in Artesia"
In de beschrijving van „De Vastenavondfeest te Geeraerdsberge,"door P. van Duyse, voorkomende in het „ Belgisch Museum voor deNederduitsclie Tael- en Letterkunde, enz.; uitgegeven door J. F.Willems." Gent, 1837, 1° d., hl. 184, wordt de stads geschied-schrijver Jan van Waesherghe Griflier genoemd en van zijne Topo-graphie aldaar gezegd: „ Hij schijnt daerin den voortreffelijken Lindanus(de Teneraamonda), in wat de verdeeling des werks betreft, te hebbennagevolgd."
Deze Joannes zal dezelfde zijn, die voorkomt in den titel: Grammont,son origine et son histoire au Moyen-age d'apres J. van Waesherghe,Grammont, 1840, in 12°, van wien Franciscus Sweertius in zijne„Athenm Belgicm", Antverpiae, 1628, spreekt en dien F. J. de Smet„Description do la ville d'Alost," Alost, 1852, in 8°., p. 71:36, noemt: Savant jurisconsulte du XVIP Siècle, fut longtempsgrefEer pensionnaire de deux villes et du pays d'Alost, sur lescoutumes desquels il a laissé en manuscrit un ample commentairetrès-estimë.
Behalve deze topographie van Geeraertshergen door Adriaan Parsin zijn „Index Batavicus, of Naamrol van de Bat. en Holl. schrijvers,"Leiden, 1701, 4°, p. 138, onder den eenvoudigen titel van „J. van„WaeshergenGerardiMontium," Bruxellae, 1627, 4°, vermeld, schreefhij nog „Commentarios antiquitatum Gerardimontensium," aangehaalddoor Ant. Sanderus in diens „Hagiologium Flandriae," Antverpiae.