INQUISITORIALE PROCESSTUKKEN 60S
Inquisitoriale PROCESSTUKKEN (volledige tekst van). Dagvaarding der gevluchteketters Bernerus van Nijvel en Sigerus van Brabant door den predikheer eninquisiteur Simon Du Val (1277), 140; — oordeel van vijf professors in het kerke-lijk recht te Parijs in het kettergericht tegen de Begijn Margaretha Porete uitHenegoirwen uitgebraeht op aanvraag van den predikheer en inquisiteur Willemvan Parijs (1310), 155 ; — vonnis tegen Margaretha Porete als hervallen ketterindoor den pauselijken inquisiteur Willem van Parijs aldaar uitgesproken (1310),157 ; — open brief van Pieter, bisschop van Kamerijk, over het gunstig onder-zoek aangaande de Antwerpsche Begijnen (1323), 173; — memorie van eenenongenoemde ten voordeele der Gentsche Begijnen (c. 1348), 175 ; — acte van hetgunstig onderzoek aangaande de Begijnen van Brügge, Aardenburg, Damme enGent (1328), 178 ; — stukken van het onderzoek van den predikheer en pauselij-ken inquisiteur Eylard Schoneveld tegen de Gerardinenzusters van Utrecht(c. 1393), 251 ; — vonnis van 's konings Parlement over het geschil, dat tusschenden bisschop van Kamerijk en Nikolaas van Pöronne, vicaris van den algemee-nen inquisiteur, ter eener, en den aartsbisschop van Reims en zijnen officiaal, terandere zijde, opgerezen was aangaande het geval der veroordeelde ketterinMaria Ducanech van Kamerijk (1403), 261; — vonnis door Pieter dAilly, bisschopvan Kamerijk, en den prior der predikheeren van Saint-Quentin, pauselijkeninquisiteur in dat bisdom, uitgesproken tegen den Brusselschcn VrouwenbroederWillem van Hildernissem (1411), 267; — herroeping van kettersche dolingen doorgemeiden Willem te Kamerijk en te Brüssel openbaar te volbrengen (1411), 271,273, 277 ; — schriftelijke verklaring van denzelfden Willem (1411), 274 ; — her-roeping van den Hollandschen priester Jan van Alkmaar vöör het Algemeen Con-cilie te Constanz (1418), 297 ; — bevel van hertog Philips van Bourgondie omtwintig bij name vermelde ketters van Rijsel en omstreken aan te houden (1430),312-314; — oordeel van den Kamerijkschen deken Gillis Carlier, op aanvraagder vicarissen-generaal van Doornik uitgebraeht, over vijf verdachte Stellingente Gent door eenen minderbroeder gepredikt (1448), 327-329; — oordeel vandenzelfde, op aanvraag derzelfden, over een verdacht sermoen te Gent door eenenanderen minderbroeder gepredikt 11448), 328, 329 ; — vonnis door de vicarissen-generaal van Kamerijk met den inquisiteur Jan de l'Abbaye tegen Jacob Acarinwegens lastering van Maria uitgesproken (1451), 330-333 ; — oordeel van GillisCarlier, op verzoek van den bisschop van Atrecht uitgebraeht, over de verdachteStellingen door den karmeliet Hubert Leonardi te Valencijn gepredikt (1459),342-345 ; — oordeel van Gillis Carlier en van den Kamerijkschen officiaal Grego-rius Nicolle aan de vicarissen-generaal van Atrecht over eenige aangehoudeneketters en ketterinnen van de secte der Waldenzen gezonden (1460), 348-350 ; —vonnis van vrijspraak ten voordeele van Jacob de Gommiel door de vicarissen-generaal van den bisschop van Doornik met den inquisiteur Victor Clementisuitgesproken (1460), 361-364; — stukken van de eereherstelling van denzelfdenJacob de Gommiel door hertog Philips van Bourgondie (1460), H64-366; — vonnisdoor de vicarissen-generaal van Atrecht met den inquisiteur Pieter Lesbroussarttegen negen ketters en ketterinnen van de secte der Waldenzen te Atrecht uitge-sproken (1460), 368-370 ; — tweede antwoord van den Kamerijkschen minderbroe-der Denijs Soncaine aangaande twee vordachte Stellingen door hem te. Valencijngepredikt (1463), 398-401 ; — wederlegging van dit antwoord door Gillis Carlier(1463), 401-403; — ontwerp van herroeping voor Denijs Soncaine door Carlier