Druckschrift 
1 (1889) 1025-1520
Entstehung
Seite
597
Einzelbild herunterladen
 

GILLIS LE FLAMENG — GREGORIUS IX 507

stelt de acte van het gunstig onderzoek over de Antwerpsche Begijnen op (1323),173, 174.

Gillis le Flameng, advocaat te Beauquesne, neemt deel aan de kettervervolgingder Waldenzen te Atrecht (1460), 353,355, 374,376. 377, 380, 387, 388; —verhuistnaar Dowaai uit vrees (1461), 395, 396 ; — wordt door Hugo Emmery v66r 't Par-lement gedaagd (1462), 396, 397; — door het Parlement tot schadevergoedingveroordeeld (1491), 460-483.

Gillis Nettelet, deken van Kamerijk, onderzoekt de bezetene zusters vanLe Quesnoy (1491), 483-486.

Godeschalck, bisschop van Atrecht, ievert tegen de ketters van zijn bisdom(1153), 33, 34.

Godpeied, bisschop van Kamerijk, helpt den inquisiteur Robert in het ver-volgen en verbranden van ketters (1234-1246), 96, 97, 98, 105, 107.

Godfried Boüssart, godgeleerde van Parijs, predikt te Atrecht een openbaarsermoen ter gelegenheid der eereherstelling van de Waldenzen (1491), 476,482, 483.

Godfried met den Baard, hertog van Lotherrijk, verjaagt den ketter Tanchelmuit zijne landen (1115), 28.

Godda. Aldaar woont de ketter Matthaeus (Meus of Miewes), (c. 1380), 248.

's Gravenhage. Albrecht, graaf van Holland en Zeeland, beveelt aan alle over-heden zijner landen, dat zij den inquisiteur EyTard Schoneveld moeten helpen(HO'I), 264, 265 ; — de ketter Herman van Rijswijck tot levenslange kerkeringveroordeeld (1502), 494 ; — dezelfdeals hervallen ketter tot den vuurdood veroor-deeld en verbrand (1512), 501-503 ; — de predikheeren Jacob van Hoogstraten enAndreas Hugo inquisiteurs aldaar (1512), 501-503.

Gregorius VII, paus, schrijft aan Adela, gravin van Viaanderen, tegenden ketter Hubertus (1076), 10, 11 ; — trekt partij tegen den bisschop vanKamerijk voor den verbranden ketter Ramihrdus (1077), 12;— bedreigtmetstrenge straffen den ketterschen bisschop van Terwaan Hubertus (1080), 12, 13 ; —hitst Robert II, graaf van Viaanderen, tegen Lambertus, ketterschen bisschopvan Terwaan, op (1083), 13, 14.

Gregorius IX, paus, geeft lof en volmacht aan Koenraad van Marburg, inqui-siteur in de Duitsche landen (1227), 71, 72 ; — slaat de moordenaars van Koenraadin den ban en verheerlijkt zijne nagedachtenis (1233), 72 ; — beveelt de predik-heeren aan alle kerkprelaten als kettermeesters aan (1227), 88, (1229, 1230), 73;

— slaat keizer Frederik II met alle kettersche secten in den ban (1229), 75 ; —slaat alle ketters in den ban en regelt de kettervervolging (1231), 76-78 ; — beveeltaan de wereldlijke macht der christene landen, dat zij de wet van den SenatorAnnibaldus en van het Roomsche volk tegen de ketters zal naleven (1231), 78, 79 ;

— zendt zijne Statuten tegen de ketters alsmede de wet van Annibaldus aan denaartsbisschop van Trier (1231), 80; — beveelt aan Hendrik I, hertog van Brabant,de inquisiteurs der predikheerenorde aan (1232), 82, 83 ; — beveelt aan de prelatenvan het Duitsche Rijk het straffen der in schijn bekeerde ketters (1233), 89 ; —meldt aan de prelaten van het koninkrijk Frankrijk, dat hij de predikheerenmet de kettervervolging gelast heeft, en beveelt hun die inquisiteurs bij te staan(1233), 89, 90 ; — bevestigt den predikheer Robert als inquisiteur in Frankrijk en